Werkhouding: problemen en tips

Kinderen gaan op een bepaalde manier aan het werk. Op school krijgen ze bijvoorbeeld een opdracht en daar gaan ze mee aan de slag. Wanneer de kinderen op een goede manier aan de slag gaan met de opdracht is er sprake van een goede werkhouding en zullen de resultaten daar vaak ook naar zijn. Wanneer het kind op een onjuiste manier aan de slag gaat met de opdracht, is er sprake van een werkhoudingsprobleem. De resultaten van dit kind zullen over het algemeen minder goed zijn. Wanneer een kind werkhoudingsproblemen heeft, kun je dat aan zijn gedrag zien. Het kind zal zelf bijvoorbeeld niet beginnen met werken, of het is wel al begonnen, maar nog voordat de opdracht volledig uitgelegd is. Soms zitten de werkhoudingsproblemen van het kind in de manier van denken. Dan kun je niets aan het gedrag van het kind ontdekken waardoor er iets verkeerd gaat. Dit kan bijvoorbeeld doordat het kind weg droomt of snel afgeleid is. Of het kind begint aan de opdracht zonder over een planmatige aanpak na te denken.

Werkhoudingsproblemen hebben een aantal kenmerken. Het ene kind heeft maar één kenmerk, terwijl het andere kind er misschien wel 5 heeft.

Concentratie
Wanneer een kind een werkhoudingsprobleem heeft wordt er al snel gezegd dat er sprake is van een concentratieprobleem. Met deze term moeten we oppassen, want deze term behoort niet te snel gebruikt te worden. Er zijn namelijk twee aparte groepen te onderscheiden binnen de concentratieproblemen. Allereerst heb je kinderen met ‘concentratiemoeilijkheden’. Bij deze groep is er sprake geweest van bijvoorbeeld een gebeurtenis waardoor een kind aan iets anders denkt dan aan zijn schoolwerk. Zijn gedachten dwalen dan telkens af naar hetgeen gebeurd is. Hierbij kun je denken aan een scheiding van de ouders of het verlies van een dierbare. Over het algemeen gezien zijn de concentratiemoeilijkheden van tijdelijke aard. De andere groep, ‘concentratiestoornissen’, gaat over een proces in de hersenen die niet veranderd of opgelost kan worden. Het is aangeboren en er zal mee moeten worden leren geleefd. Hierbij kun je denken aan ADHD. Deze kinderen kunnen niet verantwoordelijk gehouden worden voor hun beperkte aandacht.

Aandacht
Er zijn drie verschillende vormen van aandacht te onderscheiden. Allereerst is er de ‘gerichte aandacht’. Hierbij gaat het erom dat het kind niet afgeleid wordt door dingen die buiten hem om gebeuren, maar het kind kan zijn aandacht bij de opdracht houden. Dan is er de ‘volgehouden aandacht’. Als het kind zijn aandacht voor langere tijd bij de opdracht kan houden. En als laatste ‘verdeelde aandacht’. Het kind kan zijn aandacht verdelen over diverse aspecten van de opdracht. Dat is belangrijk om een ingewikkelder vraagstuk op te kunnen lossen.

Impulsieve houding
Als een kind impulsief is, dan begint hij aan de opdracht zonder erbij na te denken. Een impulsief kind reageert meteen op in het oog springende details en kan daardoor dus ook afgeleid worden. Het kind is daar teveel mee bezig. Het kind zoekt een oplossing door te gokken. Het zal niet systematisch naar een oplossing zoeken. Het kind probeert maar wat en als het niet werkt, probeert hij wat anders, of juist niet. Deze kinderen weten aan het eind van de opdracht vaak ook niet hoe ze aan de oplossing gekomen zijn.

Weinig analytisch werken
Het kind leest de opdracht te oppervlakkig of luistert niet helemaal goed naar de opdracht, waardoor de opdracht vervolgens verkeerd uitgevoerd wordt. Het goed luisteren en bekijken van de opdracht voordat ermee aan de slag gegaan wordt is een belangrijk aspect van een juiste werkhouding.

Weinig zelfstandig werken
Het kind heeft moeite om zelfstandig met een opdracht aan de slag te gaan. Ook vindt het kind het lastig om de opdracht te voltooien. In een klas zijn er veel kinderen die hier last van hebben. Meestal komt dit voort uit onzekerheid, of het kind heeft bevestiging nodig, voordat hij de opdracht als ‘af’ beschouwt. Deze kinderen werken vaak chaotisch en er zit geen vaste lijn in hun manier van werken. In eerste instantie analyseren ze de opdracht al onvoldoende, waardoor het kind niet weet wat het moet doen. Ook gaat het kind niet uit zichzelf op zoek naar een goede oplossingsstrategie en heeft hier dus al hulp bij nodig. Pas aan het einde van de opdracht vragen ze aan de leerkracht of het goed is, en dan is het eigenlijk al te laat.

Werktempo: te snel of te langzaam
Snel of langzaam werken is op zich geen probleem. Het wordt pas een probleem wanneer het kind te snel óf te langzaam gaat werken. Te snel werken gaat meestal samen met impulsiviteit en te langzaam werken met volgehouden aandacht, weinig zelfstandig werken en weinig goede oplossingsstrategieën.

Onregelmatig werkritme
Het werkritme van het kind is eigenlijk nog wel belangrijker dan het werktempo. Kinderen met werkhoudingsproblemen hebben vaak een erg onregelmatig werkpatroon. Ze beginnen te snel, lopen vervolgens vast, hebben verkeerde oplossingsstrategieën, rommelen maar wat aan en vragen dan pas om hulp. Hier kunnen ze vervolgens ook nog onzeker worden en ze kunnen gaan afhaken. Deze kinderen zijn vaak als laatste klaar met de opdracht hoewel ze wel als eerste zijn begonnen.

Weinig zelfcontrole
Kinderen met werkhoudingsproblemen weten vaak niet echt goed waar ze mee bezig zijn. Wanneer ze klaar zijn willen ze graag bevestiging krijgen van bijvoorbeeld de leerkracht. Ze zijn niet in staat hun eigen werk van een beoordeling te voorzien. Het kind heeft moeite met zelfsturing: het regelmatig controleren van het eigen werk en denkprocessen om het indien nodig bij te werken.

Signaleren en analyseren van de werkhouding
Het signaleren en analyseren van de werkhouding gebeurt door middel van observeren. Er wordt goed gekeken naar het kind. De observatiegegevens kunnen dan in vier fasen opgedeeld worden.
1. In deze fase wordt de instructie gegeven:
– het kind loopt van zijn plaats;
– het kind kijkt om zich heen;
– het kind zoekt in zijn tas naar materiaal;
– het kind zit te spelen met zijn pen;
– het kind is al begonnen met de opdracht;
– het kind praat met zijn buurman.
Wanneer het kind met iets anders bezig is tijdens de instructie, maar wel goed aan de opdracht kan werken is hij niet-taakgericht bezig. Dit hoeft dan natuurlijk geen werkhoudingsprobleem te zijn. Dit gedrag moet zich echt meerdere malen én in verschillende situaties voordoen.

2. In deze fase denkt het kind na over de oplossingsstrategie:
– als het kind met de opdracht aan de gang gaat zonder voorbereiding of nagedacht te hebben over de manier van aanpak. Het werkt chaotisch;
– het kind begint niet met de opdracht;
– het kind vraagt of het nog een keer uitgelegd kan worden;
– het kind vraagt bevestiging over details van de opdracht.
Taakgericht gedrag wat het kind in fase 2 zou moeten laten zien is bijvoorbeeld de juiste materialen al klaar hebben liggen, eerst door het doolhof lopen voordat het onnodige fouten zou kunnen maken, nadenken over de aanpak en hiervoor bijvoorbeeld een schema maken, structuur aanbrengen in de opdracht door het bijvoorbeeld nummers te geven.

3. In deze fase voert het kind de taak concreet uit:
Het kind gaat aan de slag maar:
– hij werkt onregelmatig (snel, langzaam, stopt tussendoor);
– slaat delen van de opdracht over;
– maakt de opdracht onsystematisch (bijvoorbeeld eerste het laatste dele en dan pas het eerste);
– het werkt zonder plan of doel;
– verbetert zichzelf regelmatig, gebruikt zijn gum bijvoorbeeld veel of krast veel;
– vraagt na elke deelopdracht om bevestiging.
In deze fase is het belangrijk om na te gaan wat de denkprocessen zijn die het kind heeft.

4. In deze fase evalueert het kind zijn werk:
– het kind stopt nadat het zijn opdracht heeft afgemaakt;
– het kind is niet zeker van zijn oplossing en vraagt om bevestiging;
– het kind vergelijkt zijn oplossing met dat van een ander en verandert zijn eigen oplossing daarna.
Zelfevaluatie is eigenlijk het moeilijkste deel van een goede werkhouding.

Oorzaken van werkhoudingsproblemen
Menselijk gedrag wordt beïnvloed door verschillende factoren die op elkaar inwerken. Zo zijn er de medisch-lichamelijke factoren. Voor een goede werkhouding is het van belang om lichamelijk goed en gezond te zijn. Wanneer je bijvoorbeeld ADHD hebt, heb je concentratieproblemen. Maar er zijn ook emotionele factoren. Een voorwaarde voor een goede werkhouding is motivatie. Als er motivatie is bij het kind, kan zelfs een kind met werkhoudingsproblemen een goede werkhouding hebben. Faalangst is ook een emotionele factor. Als een kind een keer een slecht cijfer heeft gehaald voor een toets rekenen, kan het gaan denken dat hij niet kan rekenen. Dit is van invloed op het maken van de eerstvolgende rekentoets. Door de negatieve gevoelens gaat het werken ook minder.

Dan zijn er nog cognitieve factoren. Wanneer het kind geen goede voorkennis heeft opgebouwd door de jaren heen kan het opdrachten minder goed begrijpen of uitvoeren. Hiertoe behoren ook de taalontwikkeling, motoriek, voldoende ruimtelijk inzicht, auditief en visueel geheugen, abstractievermogen enzovoort. Dit behoort allemaal tot de intelligentie. De cognitieve stijl van het kind is ook van invloed op de werkhouding. Dit is de manier waarop het kind denkt en hoe hij zijn voorkennis gebruikt. Maar er zijn natuurlijk ook omgevingsfactoren die van belang zijn. Zo zijn er de kenmerken van de leerkracht. De persoon van de leerkracht kan van invloed zijn op de werkhouding van het kind. Hierbij kun je denken aan de benadering van kinderen, het taalgebruik van de leerkracht of de organisatie van de lessen. Als de leerkracht een structurerende opbouw heeft, kan aansluiten bij het kind en in kleine stapjes werkt, worden werkhoudingsproblemen vermeden bij het kind.

Er zijn nog vele andere factoren te benoemen. Om hier meer over te lezen kun je kijken op de website van gedragsproblemen-kinderen.info. Dat is ook de bron van bovenstaande informatie.

Hoe pak je die werkhoudingsproblemen nu goed aan?
Basisprincipes: Structuur en geduld
Normen en afspraken moeten voor het kind belangrijk zijn wil het kind goed aan het werk kunnen gaan. Voor ieder kind is het van belang dat er duidelijkheid is over de opdracht, de manier van uitvoering, de probleemoplossing. Maar ook over de manier waarop het met anderen om moet gaan moet duidelijk zijn. Voor de begeleiding van kinderen met werkhoudingsproblemen kan gebruik gemaakt worden van de methode van Meichenbaum (de beertjesmethode die eerder al aan bod is geweest op JufLinn.nl). Deze methode helpt de begeleider en het kind stap voor stap om het denkproces te ontwikkelen. Het kind leert om bewust handelingen uit te voeren. Een aantal principes staan bij deze methode centraal: verbaliseren, visualiseren en model staan. Lees er hier meer over. Elk kind met werkhoudingsproblemen heeft het nodig dat opdrachten regelmatig herhaald worden. Het kind moet de tijd krijgen om te wennen aan nieuwe regels en verwachtingen. Ook zal het geleerde niet zo makkelijk ook in een andere situaties toegepast worden. Het is daarom van belang dat de begeleider hierin geduld opbrengt.

Tips voor ouders
Als leerkracht krijg je ook van ouders regelmatig vragen over hoe zij met de werkhoudingsproblemen van hun kind om kunnen gaan. Hieronder enkele tips:
– Breng thuis structuur aan in de dag;
– Stel grenzen aan het gedrag van het kind en geef duidelijk aan wat voor gedrag er van het kind verwacht wordt;
– Maak het kind bewust van negatief gedrag;
– Zorg voor een plek waar het kind rustig zijn huiswerk kan maken zonder afgeleid te worden;
– Gebruik géén beloningssystemen om je kind aan zijn huiswerk te krijgen, daarmee schiet je het doel voorbij. Dan werkt het alleen voor de beloning;
– Geef complimentjes aan het kind wanneer het goed gaat;
– Zorg ervoor dat wanneer het kind ergens mee zit hij naar je toe kan komen.
Bron: gedragsproblemen-kinderen.info


Was dit artikel nuttig? ‘Like’ het onderaan de pagina of op Facebook!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s