Beelddenken, wat is dat?

Elke leerkracht heeft er wel eens iets over gehoord, beelddenken. Het ene kind is een rasechte beelddenker terwijl een ander kind genoeg heeft aan woorden. Maar voor die beelddenkers zijn die woorden niet altijd goed te begrijpen. Wat is dan het voordeel aan beelddenken en hoe werkt dat?

Wat is beelddenken?
Beelddenkers denken, simpel gezegd, in beelden en gebeurtenissen. Ze denken niet in woorden en begrippen. We kunnen het ruimtelijk denken noemen. Een simpel voorbeeld: Wanneer je het woord ‘boom’ hoort, en je hebt je ogen dicht, wat zie je dan? De meeste mensen zullen je zeggen dat ze de letters B-O-O-M voor zich zien. Een beelddenker daarentegen ziet een mooie boom, inclusief bruine stam, groene bladeren en een vluchtig briesje van de wind. Beelddenken is een fundamenteel andere manier van denken. Beelddenkers zijn visueel ingesteld, maar daarnaast zijn ze ook nog ruimtelijk ingesteld. Ze werken het allerliefst met hun ogen en hun opgedane ervaringen. Luisteren zal nooit hun sterkste kant zijn, want de ogen gaan voor de oren.

Beelddenkers overzien in één oogopslag ingewikkelde situaties en brengen die met elkaar in verband. Het ene beeld roept al weer een volgend beeld op en dat kan leiden tot hoogst originele oplossingen waar een ander wellicht nooit opgekomen zou zijn. Een nadeel van dit associatieve, snelle denken is dat beelddenkers vaak chaotisch over kunnen komen.

Beelddenkers  denken dus in beelden en niet in taal. Ze hebben vaak moeite met de zogenaamde vertaling naar de juiste woorden. Je hoort ze dan vaak praten in termen als ‘dinges’, ‘danges’, ‘je weet wel’. In het hoofd van de beelddenker komt een beeld, het plaatje, maar het woord dat erbij past kunnen ze zo snel niet vinden. Ditzelfde zou ook kunnen gelden voor getallen. Een beelddenker ziet bij het woord ‘stoel’ de stoel in gedachten voor zich. Of de stoel nu achterstevoren of op zijn kop staat: het is en blijft een stoel. Als ze de letters en hun klanken gaan leren kan dit problemen geven. Een b is andersom opeens een d, en op zijn kop zelfs een p, maar voor een beelddenker blijft het altijd een b.

Beelddenkers zijn al snel afgeleid, want wanneer ze net ergens mee bezig zijn, zien ze alweer wat nieuws om te doen. Dat kan voor ouders wel eens lastig zijn. Simpele opdrachten als de jas uitdoen, de tas opruimen en naar de keuken komen om wat te drinken is bijvoorbeeld al onmogelijk voor een beelddenker. Terwijl de beelddenker naar de opdrachten luistert, ziet hij het beeld van de jas aan de kapstok, de tas in de kast en het glas drinken in de keuken voor zich. Op het moment dat hij zijn jas uittrekt, denkt hij alles al gedaan te hebben en gaat rustig met zijn lego spelen. De andere gestelde opdrachten lijken vergeten. Dit zorgt ervoor dat ouders van beelddenkers wel eens radeloos zijn. Waarom er zo slecht geluisterd wordt is dan een veel gehoorde klacht. Maar het is geen onwil, het is juist onmacht! Een simpele oplossing is om de opdrachten mondeling te laten herhalen. Het uitspreken van wat je moet doen kan een beelddenker helpen om het beter te onthouden.

Een beelddenker kenmerkt zich op school ook door dit zogenaamde afwezige gedrag. In principe worden alle mensen als beelddenker geboren. Een baby kent immers nog geen woorden. Tot vier jaar zijn alle kinderen min of meer beelddenkers. Ze denken voor het grootste deel in beelden en gebeurtenissen. Langzaamaan ontwikkelt het taaldenken, en dus de woorden, zich en wordt het beelddenken percentsgewijs wat kleiner. Na het tiende jaar stopt dit proces. Er zijn mensen die dan een voorkeur blijven houden voor het beelddenken en dat zijn nu precies de beelddenkers. Tot het tiende levensjaar kunnen er dus nog veranderingen ontstaan. Er kan tot die tijd nog gestuurd en begeleid worden. Hoe eerder het beelddenken (h)erkend wordt, hoe beter het kind begrepen zal worden, zowel thuis als op school.

Waar komt het beelddenken vandaan?
De term ‘beelddenken’ bestaat al tientallen jaren. Het is afkomstig van de Haagse logopediste Maria J. Krabbe, die in de jaren dertig met de theorie kwam dat er mensen zijn die in beelden denken in plaats van in taal. Haar werk werd enthousiast voortgezet door Nel Ojemann, een Montessori-leerkracht, remedial teacher en docent aan de Universiteit van Groningen. Zij ontwikkelde een onderzoeksmethode waarmee je de beelddenkende leerling kan signaleren.

Hoe herken ik een beelddenker?
Ieder mens is bij de geboorte dus een beelddenker omdat de taal nog geleerd moet worden. Langzamerhand leert de peuter spreken en ontstaat er taalbegrip. Klanken blijken betekenis te hebben en met die klanken kun je jezelf ‘verstaanbaar’ maken. Beelddenkers blijven echter de voorkeur houden voor de beelden boven de taal. Hun visuele vermogen is sterker dan het auditieve vermogen. Het kijken gaat dus voor het luisteren. Beelddenkers ontwikkelen daardoor vaak een eigen, vaak heel originele woordenschat, die tot op latere leeftijd doorspeelt. Verder kunnen beelddenkers in de babytijd een wat slordig, kwijlend mondje hebben, leren ze wat later lopen waarbij veel naar hun eigen voeten wordt gekeken alsof ze willen zien wat ze doen.

Als peuter hebben ze een groot inlevingsvermogen. Ze kunnen helemaal opgaan in fantasiespelen. Hierdoor kunnen heftige driftbuien het gevolg zijn als het kind uit zijn spel gehaald wordt omdat hij bijvoorbeeld naar bed moet. Bouwmaterialen zijn vaak favoriet en verder kunnen ze een hardnekkig doorzettingsvermogen laten zien. Bij het ouder worden blijft de taalontwikkeling vaak achter bij de leeftijdsgenootjes. Ze kunnen moeilijk iets onder woorden brengen, hangen graag de clown uit, zijn speels en hebben moeite met ruzie en conflicten. Beelddenkende kinderen zijn emotioneel erg kwetsbaar, kunnen zich wat moeilijker concentreren, maar ze hebben een groot gevoel voor humor en vertellen vaak de prachtigste fantasieverhalen!


Eenmaal op de basisschool wordt er door de leerkracht veel nadruk gelegd op volgorde en details en dat zijn nu net de zaken waar beelddenkers wat meer moeite mee hebben. Het onthouden van de letters en bijbehorende klanken geeft vaak problemen. Het automatiseren van bijvoorbeeld tafels of sommen onder de 20 gaat moeizaam en bij het spellen maken ze vaak veel oriëntatiefouten: de letter s wordt bijvoorbeeld een z, of de f wordt een v.

Ook taalregels worden slordig gehanteerd. Beelddenkers gaan voor de inhoud en niet voor de juiste vorm. Ze komen daardoor wat slordig over, maar weten heel goed waar een tekst globaal over gaat. Details onderscheiden is vaak hun moeilijkste kant. Beelddenkers kijken meer naar overeenkomsten in plaats van naar de verschillen. Ze hebben een grote vrijheidszin en een brede belangstelling, ze hebben een goed geheugen voor gebeurtenissen en belevenissen en zijn sociaal zeer bewogen.

Beelddenken gaat ook niet over. Uit studies is gebleken dat beelddenken aangeboren en erfelijk is. Vaak herkent een van de ouders bij het lezen van informatie over beelddenken veel van zichzelf en/of zijn vader en/of moeder. Dat kan prettig zijn, want zo’n ouder kan het beelddenkende kind goed begrijpen en helpen, maar het geeft ook aan dat het in de familie zit en niet zomaar overgaat.

Laat wel duidelijk zijn: beelddenken is géén stoornis of mankement, het is een verworvenheid.
Bron: beeldenbrein.nl

Meer weten over beelddenken? Erg nuttige websites zijn die van Beeld en Brein en Stichting Beelddenken Nederland.

Was dit artikel nuttig? ‘Like’ het onderaan de pagina of op Facebook!

Advertenties

2 thoughts on “Beelddenken, wat is dat?

  1. Mooi helder beschreven! Een aanvulling op je verhaal. Ondertussen wordt steeds duidelijker dat in sommige gevallen ouders hun kind herkennen in de beschrijving van een beelddenker, maar hun kind blijkt uiteindelijk geen beelddenker te zijn, maar een visuele disfunctie te hebben. Dit betekent dat de beide ogen niet goed met elkaar samenwerken, waardoor deze kinderen letters en woorden niet scherp kunnen zien. Zij maken daardoor rond hun 4/5 jaar niet of onvoldoende de “overstap” naar het “talige” leren (denken in woorden). Ogenschijnlijk zijn het kinderen met een visuele leerstijl, maar na het oplossen van de visuele disfunctie met visuele trainingen of een prismabril merk je dat de overstap wel op gang komt. Onderzoek met het wereldspel geeft uitsluitsel van de leerstijl van een kind.

  2. Dit is op ZienWijzer herblogden reageerde:
    Een mooie heldere beschrijving van wat Beelddenken is. Een aanvulling op het verhaal. Ondertussen wordt steeds duidelijker dat in sommige gevallen ouders hun kind herkennen in de beschrijving van een beelddenker, maar hun kind blijkt uiteindelijk geen beelddenker te zijn, maar een visuele disfunctie te hebben. Dit betekent dat de beide ogen niet goed met elkaar samenwerken, waardoor deze kinderen letters en woorden niet scherp kunnen zien. Zij maken daardoor rond hun 4/5 jaar niet of onvoldoende de “overstap” naar het “talige” leren (denken in woorden). Ogenschijnlijk zijn het kinderen met een visuele leerstijl, maar na het oplossen van de visuele disfunctie met visuele trainingen of een prismabril merk je dat de overstap wel op gang komt. Onderzoek met het wereldspel geeft uitsluitsel van de leerstijl van een kind.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s