Wet Passend Onderwijs van start

Vandaag start de Wet Passend Onderwijs dan toch eindelijk officieel. Er is veel te doen geweest rondom deze Wet. Maar wat is ‘passend onderwijs’ nu eigenlijk precies?

Wat is het?
Elk kind heeft in principe recht op goed onderwijs. Dit geldt dus ook voor kinderen die extra ondersteuning behoeven. Passend onderwijs zorgt ervoor dat zoveel mogelijk kinderen het reguliere onderwijs kunnen volgen, want op die manier worden ze het best voorbereid op een vervolgopleiding en doen ze zo goed mogelijk mee in de samenleving. Dat er een wet komt voor het passend onderwijs, wil echter niet zeggen dat het speciaal onderwijs verdwijnt. Kinderen die het echt nodig hebben, kunnen nog steeds naar het speciaal onderwijs.

De Wet Passend Onderwijs is op 9 oktober 2012 al aangenomen door de Eerste Kamer. Nu de wet vandaag in is gegaan, krijgen scholen een zorgplicht. Dat betekent dat scholen ervoor verantwoordelijk zijn om elk kind een goede onderwijsplek te bieden. Om aan alle kinderen daadwerkelijk een goede onderwijsplek te kunnen bieden, vormen reguliere en speciale scholen samen regionale samenwerkingsverbanden. De scholen in dat samenwerkingsverband maken afspraken over de ondersteuning aan leerlingen en de bekostiging die daarbij komt kijken. Waar voorheen de ouders van een kind dat extra ondersteuning nodig heeft, zelf op zoek moesten naar een geschikte school, verandert het een en ander. Vanaf vandaag, 1 augustus 2014, melden ouders hun kind aan bij de school van hun keuze en heeft de school de taak om het kind een passende onderwijsplek te bieden. Op de eigen school, of op een andere school in het reguliere onderwijs of het (voortgezet) speciaal onderwijs (v)so. De landelijke financiële ruimte om ruim 70.000 kinderen in het (v)so te plaatsen blijft van kracht.

Om alle kinderen een passende onderwijsplek te kunnen bieden, gaan de scholen dus samenwerken in regionale samenwerkingsverbanden. In het primair en het voortgezet onderwijs worden ongeveer 75 samenwerkingsverbanden gevormd. In deze samenwerkingsverbanden werken het regulier en speciaal onderwijs samen. Het gaat hier om cluster 3 en 4. Cluster 3 is het onderwijs aan kinderen met een verstandelijke, lichamelijke of meervoudige beperking en voor langdurig zieke kinderen. Cluster 4 is onderwijs voor kinderen met ernstige gedrags- en/of psychiatrische stoornissen.

De school waar een kind aangemeld wordt, is verplicht om eerst te kijken of het kind extra ondersteuning in de klas kan krijgen. Het schoolondersteuningsprofiel vormt hierbij het uitgangspunt. Kan de school zelf geen of een onvoldoende passende onderwijsplek bieden, dan wordt gekeken naar een andere reguliere school binnen het samenwerkingsverband die de juiste ondersteuning kan bieden of een plek in het (v)so.

Waar moet je op letten bij het aanmelden voor Passend Onderwijs?
Ouders moeten hun kind minstens 10 weken voor het begin van het schooljaar aanmelden bij de school van hun keuze. Na aanmelding heeft de school 6 weken de tijd om te beslissen over de toelating van de leerling. Deze periode kan eenmalig verlengt worden met 4 weken. Heeft het bestuur na 10 weken nog geen besluit genomen? Dan heeft de leerling recht op een tijdelijke plaatsing op de school van aanmelding tot de school wel een goede plek gevonden heeft. Wanneer de ouders het niet eens zijn met de toelatingsbeslissing van de school, dan kunnen ze een beroep doen op ondersteuning door een onderwijsconsulent. Onderwijsconsulenten bemiddelen kosteloos tussen ouders en de school. Wanneer dit niet werkt, kunnen ouders terecht bij de (tijdelijke) landelijke geschillencommissie voor Passend Onderwijs.

Hoofdpunten van het Passend Onderwijs
School heeft zorgplicht
1. Ouders melden hun kind aan bij de school die hun voorkeur heeft. Binnen 6 tot 10 weken moet de school een zo passend mogelijk aanbod op de eigen, een andere reguliere of een speciale school binnen de regio regelen. De school heeft hierbij een zorgplicht.
2. De school regelt de extra ondersteuning in de klas of een plek op een andere school of de plaatsing in het speciaal onderwijs. Ouders hoeven niet meer zelf een ingewikkelde indicatieprocedure te doorlopen. De landelijke indicatiesystematiek wordt bij deze afgeschaft.
3. Het accent verschuift van het medisch labelen van kinderen, naar wat zij daadwerkelijk nodig hebben om onderwijs te kunnen volgen. De onderwijsbehoefte is vanaf nu het uitgangspunt. In de Wet Passend Onderwijs wordt expliciet gesproken over ‘onderwijsondersteuning van leerlingen’.
4. Scholen stellen een schoolondersteuningsprofiel op. Hierin geven zij aan welke onderwijsondersteuning ze aan leerlingen kunnen bieden.
5. Leerkrachten worden opgeleid in het omgaan met verschillende soorten leerlingen in de klas. Hierdoor kunnen leerlingen zoveel mogelijk extra ondersteuning in de klas krijgen, in plaats van daarbuiten.

Samenwerken noodzakelijk
1. Kan de school waar de leerling is aangemeld niet zelf in de benodigde onderwijsondersteuning voorzien, dan is het de verantwoordelijkheid van de school om -binnen het samenwerkingsverband- een school te vinden die wel een passend aanbod kan doen. Is het niet haalbaar om de leerling binnen het regulier onderwijs te plaatsen, dan kan een aanbod op het (v00rtgezet) speciaal onderwijs worden gedaan.
2. Om deze samenwerking vorm te geven, worden samenwerkingsverbanden gevormd. Ongeveer 75 in het primair onderwijs en ongeveer 75 in het voortgezet onderwijs. Hierin werken regulier en speciaal onderwijs (cluster 3 en 4) samen.
3. De samenwerkingsverbanden passend onderwijs worden verantwoordelijk voor de toekenning en bekostiging van lichte en zware ondersteuning aan kinderen met een extra onderwijsbehoefte.
4. Samenwerkingsverbanden krijgen een eigen budget voor extra ondersteuning. Betalen en bepalen van onderwijsondersteuning komt hiermee in één hand.
5. Deze middelen worden (na een overgangsperiode) naar rato van het aantal leerlingen verdeeld over de samenwerkingsverbanden. Op die manier krijgt ieder samenwerkingsverband naar rato evenveel. Op dit moment zijn de beschikbare middelen nog ongelijk verdeeld over het land. Deze slag naar een gelijke verdeling van middelen noemen we ‘de verevening’. Omdat de verevening tot herverdeeleffecten leidt, geldt een overgangsregeling van 5 jaar.
5. De financiële ruimte om 70.000 leerlingen in het (v)so te plaatsen blijft bestaan. Landelijk zullen door de verevening wel verschuivingen in het aantal plekken ontstaan.
6. Door regionale samenwerking is niet alleen betere samenwerking, expertise-uitwisseling en afstemming mogelijk tussen scholen onderling, maar ook tussen samenwerkingsverbanden en gemeenten.
7. Samenwerkingsverbanden stellen een ondersteuningsplan op waarin zij onder meer aangeven welk niveau van basisondersteuning zij bieden, hoe zij met elkaar een samenhangend geheel aan ondersteuningsvoorzieningen hebben gecreëerd, hoe de beschikbare middelen worden verdeeld, op welke wijze verwijzing naar het (v)so plaatsvindt en hoe zij ouders informeren.
7. Samenwerkingsverbanden kunnen aan scholen extra ondersteuning in de klas toekennen voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte. Er is dus meer ruimte voor maatwerk.
8. Ouders en leraren hebben via de ondersteuningsplanraad instemmingsrecht op het beleid en de verdeling van het budget van het samenwerkingsverband.

Wil je de gehele Wet Passend Onderwijs lezen? Dat kan, download hem hier!

Bron: passendonderwijs.nl

Was dit artikel nuttig? ‘Like’ het onderaan de pagina of op Facebook!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s