Diagnose: Kindermishandeling – ontwikkelingsvraag 2: Hoe herken ik kindermishandeling?

Kindermishandeling herkennen.. Hoe makkelijk is dat? Waar let je op? Hieronder lees je er meer over!

Hoe kan ik kindermishandeling zo snel mogelijk herkennen in de praktijk, welke signalen kan ik opvangen?
Hoe verantwoord ik mijn aanpak?
Door vanaf het begin een rapportage van je bevinden en activiteiten te maken krijg je een duidelijk beeld van de situatie. Dit kan bijv. door middel van een logboek waarin je je aanpak beschrijft en de mogelijke positieve en negatieve gevolgen van jouw aanpak omschrijft. Door dit bij te houden kun je ook veranderingen ontdekken in een situatie, zo kun je dus ook opvallende dingen signaleren.

Signalen
Er zijn tientallen signalen die op kindermishandeling kunnen wijzen. Deze signalen komen vaak in combinaties voor. Het is dus niet zo dat een of enkele van deze signalen automatisch verwijzen naar het feit dat het kind mishandeld wordt. Die conclusie kan dus ook nooit zomaar getrokken worden.

Mogelijke signalen die je in een periode van observaties kunt opvangen zijn:
Algemene gedragskenmerken:
– angst voor aanraken;                                              – angst voor mannen/vrouwen;
– benen en billen stijf tegen elkaar;                      – niet durven genieten van beweging of lichamelijkheid;
– negatieve houding t.o.v. het eigen lichaam.

Lichamelijke signalen:
– hoofdpijn;                                                                                                – misselijkheid;
– eczeem;                                                                                                     – eetproblemen;
– bedplassen, angst voor plassen;                                                     – verkramping van het lichaam bij aanraking;
– regelmatig blauwe plekken, snijwonden, botbreuken          – vreemde verklaringen van kinderen of ouders/verzorgers
op plaatsen waar ze niet door stoten of vallen                           over de herkomst van de verwondingen;
kunnen ontstaan;                                                                                  – veelvuldig blaasontstekingen, urineweginfecties of plasproblemen.
– pijn in de onderbuik;

Gedrag en houding in de klas:
– een plotselinge verandering in het gedrag van het kind: bijvoorbeeld agressief of juist teruggetrokken, hyperactief of zenuwachtig, de clown uithangen of juist heel somber zijn;
– leer- en concentratieproblemen;
– plotselinge terugval in schoolprestaties;
– weinig of geen vriendjes;
– vroeg op school komen en laat naar huis gaan;
– misbruiken of mishandelen van jonge kinderen en dieren;
– negatief zelfbeeld;
– zeer meegaand;
– ontwijken van direct oogcontact;
– neiging zich af te zonderen;
– agressief gedrag;
– ouwelijk, zorgend gedrag;
– bovenmatige interesse voor seksualiteit;
– niet durven uitkleden bij gym- of zwemles (steeds wordt gym- en zwemkleding vergeten).

Ook de ouders kunnen vaak op bedekte wijze aangeven dat er moeilijkheden zijn:
– ze vragen voortdurend aandacht voor hun eigen problemen;
– ze klagen veel over hun kinderen;
– ze reageren agressief als je over hun kind wilt praten;
– ze verhuizen vaak of laten hun kind dikwijls van school veranderen;
– ze vermijden dat hun kind nader wordt onderzocht.

Wanneer je het vermoeden hebt dat een kind mishandeld wordt, is het belangrijk je bevindingen voor te leggen aan collega’s, de directie en de vertrouwenspersoon op school. Hierbij moet er wel rekening gehouden worden met de privacy van het kind en het gezin. Wanneer dat nodig is kun je contact zoeken met externe hulpverleners. Verder is het vooral belangrijk het kind te volgen en te steunen.

Hoe benader je een kind dat mishandeld wordt op een juiste manier?
Op deze vraag is nog geen eenduidig antwoord te geven. Elk kind wordt immers anders behandeld, dus wanneer ze mishandeld worden, ook anders mishandeld. De een heeft vooral te maken met emotionele mishandeling, een ander met fysieke mishandeling.

Wel is het regelmatig in het nieuws dat kinderen die thuis worden mishandeld vaak niet de juiste steun krijgen van hulpverleners. Dit wordt zo benoemd omdat hulpverleners er vaak voor kiezen om de relatie met de ouders te verbeteren zodat het kind thuis kan blijven wonen. Een kind uit huis plaatsen is namelijk ook niet iets wat je zomaar even doet.

De tactiek voor deze hulp hangt nauw samen met de kenmerken van het betreffende gezin. Is de moeder de mishandelaar, is het een stiefkind, zijn er grote materiële problemen, etc. Dat wordt allemaal meegenomen in de benadering. Er wordt dan gekozen voor de control-benadering: oftewel, zorgen dat de mishandeling stopt door het kind veilig te stellen.

Er wordt al regelmatig gepleit voor een systematischer gezinsonderzoek, zodat er sneller vastgesteld kan worden waar het gezin mee te maken heeft. Dit voorstel werd gedaan door M. Roelofs in haar proefschrift Kindermishandeling en hulpverlening. Het gebeurt volgens haar regelmatig dat wanneer een gezin tijdelijk (verschillend van één jaar tot 2 jaar) onder toezicht heeft gestaan, het kind later toch opnieuw aangemeld wordt. In zulke gevallen, bij een tweede aanmelding, worden kinderen in de helft van de gevallen wel uit huis geplaatst.

Maar naast de control-benadering wordt er ook regelmatig uitgegaan van het compassion-model: oftewel, proberen de mishandeling te beëindigen door de relatie tussen ouders en kind te verbeteren. De hulpverlening heeft duidelijk een voorkeur voor verbetering van de relatie tussen ouders en kind. Toch bleek het regelmatig nodig om kinderen uit huis te plaatsen.

Dit alles geeft dus ook aan dat de situaties telkens zó verschillend zijn, dat hier geen eenduidig antwoord op te geven is en je eigenlijk vooral zelf op zoek moet gaan naar een juiste manier.

Wat betreft de omgang in de klas is het in ieder geval belangrijk dat het kind zich veilig voelt en dat het het idee heeft dat het altijd mag komen praten. Daarnaast moet er rekening gehouden worden met aanrakingen. Mishandelde kinderen kunnen heel schrikwekkend reageren op aanrakingen vanwege hun verleden of omdat ze nog mishandeld worden.

Welke factoren spelen mee?
Risicofactoren
Kindermishandeling is het gevolg van een combinatie van uiteenlopende risicofactoren.

Problemen en persoonlijkheid van de ouder
Ouders die hun kind mishandelen of verwaarlozen hebben relatief vaak psychische of psychiatrische problemen. Daarnaast lopen de ouders die zelf als kind mishandeld zijn of in hun jeugd andere negatieve ervaringen in het gezin hebben meegemaakt, een groter risico om hun eigen kind te mishandelen. Verder hebben mishandelende ouders meer dan andere ouders een gebrek aan pedagogisch besef. Tegenover hun kind ontbreekt het hen aan verwachtingen, beleving, sensitiviteit en empathie. Dit komt vaak ook omdat ze dit zelf niet kennen uit hun jeugd.

Kwetsbare kinderen
Sommige kinderen zijn moeilijker op te voeden dan andere kinderen. Het opvoeden van kinderen die extra zorg, aandacht en geduld vragen van ouders, zoals kinderen die te vroeg geboren zijn of kinderen met een lichamelijke of verstandelijke handicap, geeft de ouders waarschijnlijk meer stress en gevoelens van incompetentie. Ook kinderen die problematisch gedrag vertonen, doen een groot beroep op de opvoedingskwaliteiten en inspanningen van ouders en zijn voor ouders een bron van stress. Op jonge leeftijd zijn kinderen bovendien fysiek en emotioneel erg afhankelijk van hun opvoeders, en daarmee extra kwetsbaar voor mishandeling en verwaarlozing.

Leefomstandigheden
In gezinnen waarin kindermishandeling voorkomt gaan de gezinsleden vaak op een negatieve manier met elkaar om. Bij fysieke kindermishandeling overheerst geweld in de onderlinge contacten. Daarnaast wonen gezinnen waarin mishandeling plaatsvindt relatief vaak in buurten met zwakke sociale verbanden, criminaliteit, drugsproblematiek, armoede en achterstand. De bredere sociaal-culturele context waarin ouders opvoeden kan ook van invloed zijn: als geweld in een samenleving meer getolereerd wordt komt fysieke mishandeling vaker voor dan wanneer dat niet zo is.

Het lijkt erop dat ook alleenstaand ouderschap en gezinsgrootte risicofactoren zijn voor kindermishandeling. Hoe dat verband precies ligt is niet duidelijk. Het is aannemelijk dat alleenstaand ouderschap of het hebben van een groot gezin voor een ouder een bron van stress is en daarmee zijn functioneren als opvoeder beïnvloedt.

Risicofactoren bij seksueel misbruik
Naar specifieke risicofactoren voor seksueel misbruik is eigenlijk nog maar weinig onderzoek gedaan. Seksueel misbruik in het gezin kan een uiting zijn van verstoorde gezinsverhoudingen. Vaak spelen daarin communicatieproblemen, sociale isolatie en een tekort aan emotionele betrokkenheid en flexibiliteit een rol. Ook kan er sprake zijn van geweld tussen de partners. Jonge kinderen en kinderen met een handicap, chronische ziekte of ontwikkelingsachterstand zijn ook extra kwetsbaar voor seksueel misbruik. Meisjes lopen daarnaast weer een groter risico dan jongens, zeker wanneer zij bij een stiefvader wonen. Zowel voor jongens als voor meisjes geldt dat zij meer risico op seksueel misbruik lopen wanneer zij opgroeien bij één biologische ouder. Seksueel misbruik komt vaker voor in gezinnen waarin de moeder, letterlijk of emotioneel, afwezig is. Dat is bijvoorbeeld het geval als de moeder buitenshuis werkt, verslaafd of ziek is. Het kind is dan op zichzelf aangewezen.

1.2 Beschermende factoren
Eén van de beschermende factoren voor kindermishandeling is een melding van mishandeling waar de ouders niet negatief op reageren, en die leidt tot een effectieve beëindiging van de mishandeling. Daarnaast is er een aantal factoren dat het kind beschermt tegen de risico’s op kindermishandeling. Sommige hebben met de opvoeder te maken, andere met het kind of de omgeving.

tabelkindermishandeling

Ook kan een sterke relatie met de school en met tenminste één leerkracht jongeren in multiprobleemgezinnen beschermen tegen de effecten van het niet functioneren van het gezin.

Beschermende factoren bij seksueel misbruik
Over beschermende factoren bij seksueel misbruik is eveneens nog weinig bekend, maar een paar factoren lijken toch een gunstig effect te hebben op de gevolgen van seksueel misbruik:
– Steun van de niet-misbruikende ouder, meestal de moeder, of andere belangrijke volwassenen. Een kind dat zich gesteund voelt, laat minder symptomen zien en herstelt sneller dan een kind dat die steun niet ervaart;
– Een gezinsklimaat met een sterke onderlinge betrokkenheid, een positief probleemoplossend vermogen, flexibiliteit en een duidelijke gezinsorganisatie dragen bij aan een betere verwerking van het misbruik.

Meer weten? Morgen weer een nieuw dossierbericht over kindermishandeling!

Was dit artikel nuttig? ‘Like’ het onderaan de pagina!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s