Recensie: J.K. Rowling – Harry Potter en de Geheime Kamer

Harry Potter en de Geheime Kamer is het tweede boek in de bekende boekenserie over tovenaarsleerling Harry Potter. Het is geschreven door J.K. Rowling. Let op, deze recensie bevat spoilers.

Harry Potter brengt zijn zomervakantie door bij zijn oom en tante op de Ligusterlaan 4. Op Harry’s verjaardag, die wederom genegeerd wordt door de Duffelings, heeft oom Herman thuis gasten uitgenodigd voor een belangrijk zakendiner. Harry moet de hele avond op zijn kamer blijven. Daar ontmoet hij Dobby de huiself. Dobby waarschuwt dat Harry niet terug moet keren naar Zweinstein omdat daar vreselijke dingen zullen gaan gebeuren. Om Harry te chanteren heeft Dobby al Harry’s uilenpost onderschept en gezegd dat hij de post pas geeft als Harry belooft niet terug naar school te gaan. Harry weigert en Dobby gebruikt een zweefspreuk op de taart die tante Petunia gemaakt had voor het diner. Dobby laat de taart op de grond vallen. Omdat Harry het zakendiner in de soep heeft laten lopen en oom Herman hierdoor een belangrijk contract misloopt, wordt hij opgesloten in zijn kamer met de bedoeling nooit meer naar Zweinstein te gaan. Ook krijgt Harry een waarschuwing van het Ministerie van Toverkunst, omdat minderjarigen geen toverspreuken mogen gebruiken. Drie dagen later wordt Harry wakker doordat er een vliegende auto voor zijn slaapkamerraam hangt met daarin Ron, Fred en George Wemel. Zij redden Harry uit het huis van de Duffelings. Ze vliegen naar het huis van de Wemels, het Nest, en hier maakt Harry kennis met meneer en mevrouw Wemel en Ginny, Rons jongere zusje. Ginny is helemaal weg van Harry en erg verlegen.

Als ze met zijn allen naar de Wegisweg reizen om schoolboeken en andere benodigdheden moeten halen, leert Harry te reizen met Brandstof. Dit gaat eerst nog fout, waardoor Harry in de Verdonkeremaansteeg terecht komt, een straat waar duistere heksen en tovenaars winkelen. Hagrid redt hem. Na een bezoek aan Goudgrijp ontmoeten ze in de boekenwinkel Klieder & Vlek hun nieuwe leraar Verweer tegen de Zwarte Kunsten: Gladianus Smalhart. Hij is een beroemd tovenaar en schrijver die een flink aantal bestsellers geschreven heeft waarin hij claimt veel goede dingen te hebben gedaan. Zodra hij Harry ziet wil hij met hem op de foto en geeft hij Harry al zijn boeken gratis mee. Harry, de Wemels en Hermelien komen dan Draco en zijn vader Lucius Malfidus tegen. Lucius kan het niet begrijpen dat Arthur Wemel, die een medewerker van het Ministerie is, zich met uitschot zoals Dreuzels bezighoudt en kijkt vol afschuw naar de tweedehands boeken van Ginny.

De Geheime Kamer
Enkele dagen later vertrekken de Wemels en Harry opnieuw naar Londen, ditmaal om de trein naar Zweinstein te nemen. Wanneer Harry en Ron perron 9 3/4 op willen gaan blijkt de poort voor hen versperd te zijn. Ze besluiten om met de vliegende auto, eigendom van Arthur Wemel, naar Zweinstein te vliegen. Hierbij worden ze door minstens 7 Dreuzels gezien en op Zweinstein aangekomen vliegen ze per ongeluk tegen de Beukwilg, waarbij Rons toverstaf bijna volledig doormidden breekt. Ze worden bijna van school gestuurd, maar komen er met strafwerk vanaf. Wanneer Harry bezig is met zijn strafwerk bij Smalhart, hoort Harry een rare stem, die zegt dat hij iemand wil doden. Niemand anders blijkt deze stem te kunnen horen. Wanneer Harry de stem volgt, ziet hij de kat van Vilder versteend hangen. Op de muur staat een boodschap geschreven: “De Geheime Kamer is geopend. Hoedt u, vijanden van de erfgenaam.” Harry blijft de stem maar horen en gedurende het schooljaar raken steeds meer leerlingen, allemaal kinderen van Dreuzelouders, versteend. De Geheime Kamer blijkt een oude legende te zijn die verhaalt dat Zalazar Zwadderich (stichter van afdeling Zwadderich) ergens in het kasteel een kamer had gemaakt, waar een monster verborgen zat welke de school zou zuiveren van alle tovenaars die geen zuiver bloed hadden. Alleen de echte erfgenaam van Zwadderich kon de kamer openen en het monster zou alleen aan hem gehoorzamen. Niemand weet wat erachter schuilt. Wel is bekend dat dit 50 jaar geleden ookm al eens gebeurd is en dat er destijds, na de dood van een leerlinge, een dader gepakt is.

Harry Potter vindt in het toilet van Jammerende Jenny een mysteries dagboek dat vijftig jaar oud is en eigendom is geweest van Marten Asmodom Vilijn, een naam die Harry niets zegt. Het dagboek is geheel leeg. Wanneer Harry op een gegeven moment inkt knoeit over al zijn boeken, en dus ook het dagboek, valt hem op dat het dagboek als enige van zijn boeken helemaal schoon is en er geen inktvlekje op te bekennen is. Hij krijgt een ingeving en besluit in het dagboek te schrijven. Hij vertelt het dagboek wie hij is en krijgt direct antwoord. Harry vraagt het dagboek vervolgens of ‘hij’ (Marten Vilijn) wel eens van de legende van de Geheime Kamer heeft gehoord. Vilijn blijkt Harry niet alleen te kunnen vertellen, maar zelfs te kunnen laten zien wat er destijds is gebeurd. Vilijn laat Harry zien dat de Kamer vijftig jaar geleden is geopend door Rubeus Hagrid, die vervolgens van school is gestuurd.

Tijdens een Duelleerles, georganiseerd door Smalhart, blijkt Harry met slangen te kunnen praten. Ron en Hermelien zijn hierover behoorlijk ontdaan omdat Sisselspraak meestal een eigenschap is van heel Duistere tovenaars. Harry’s klas- en schoolgenoten verdenken hem er onmiddelijk van dat hij de Geheime Kamer heeft geopend, en Harry wordt met de nek aangekeken. Harry en zijn vrienden willen weten waar de Geheime Kamer zich bevindt en wie toch die aanvallen uitvoert. Hun hoofdverdachte is Draco Malfidus en ze brouwen uiteindelijk een illegale wisseldrank om in de gedaante van Kwast en Korzel te veranderen, om zo Draco te kunnen verhoren. Deze geeft echter aan niet de aanvallen te plegen en weet ook niet wie de dader dan wel is. Ze komen van professor Kist te weten wat er zich in die kamer afspeelt. Door veel speurwerk van Hermelien, die later ook aangevallen wordt, en een bezoek aan het Verboden Bos waar Harry en Ron in aanraking komen met de acromantula Aragog komen ze erachter dat er een slang, een basilisk om precies te zijn, in de Kamer blijkt te zitten, en ze ontdekken waar de Kamer zich bevindt.

Het dagboek van Vilijn
Op een dag wordt er een scholiere meegevoerd naar de Geheim Kamer, en wel Ginny Wemel. De hele school is in rep en roer en er wordt zelfs gesproken over het definitief sluiten van de school. De leraren, die inmiddels een gruwelijke hekel hebben gekregen aan de altijd opschepperige Smalhart, vinden dat Smalhart haar uit de Kamer moet redden, omdat hij tenslotte claimt veel heksen en tovenaars uit gevaarlijke situaties te hebben gered. Harry en Ron besluiten Smalhart op te zoeken en hem te vertellen wat zij weten, om Smalharts zoektocht te vereenvoudigen. Wanneer ze bij zijn kantoor aankomen blijkt die zijn spullen al te hebben gepakt en op het punt van vluchten te staan. Hij geeft toe dat de verhalen in zijn boeken zijn verzonnen en vertelt dat hij nooit de beroemde reddingen heeft verricht, maar dat andere heksen en tovenaars dat hebben gedaan. Hij heeft een vergeetspreuk over deze heksen en tovenaars uitgesproken zodat zij zich niet meer herinneren wat ze gedaan hebben en Smalhart met de eer kan strijken. Smalhart vertelt de jongens dat hij deze spreuk helaas ook over hen moet uitspreken maar voordat hij dat kan doen ontwapent Harry hem. Ze dwingen hem mee te gaan naar de Geheime Kamer en samen gaan ze naar het toilet van Jammerende Jenny.

De reuzenspin Aragog had Harry en Ron verteld dat er tijdens de vorige aanvallen vijftig jaar geleden, een scholiere was gedood op een toilet. Harry had geconcludeerd dat dat misschien wel om Jammerende Jenny zou kunnen gaan, en bij aankomst in het toilet stelt hij haar de vraag waaraan ze is gestorven. Jenny legt uit dat ze dat niet goed wist, maar dat ze op het toilet zat te huilen toen er ineens een man binnenkwam die siste, ofwel Sisselspraak sprak. Toen ze de deur opendeed om hem te vragen wat hij op de meisjestoiletten deed, zag ze twee grote gele ogen en viel ze onmiddelijk dood neer. Ze had dus de basilisk gezien, wiens blik dodelijk is. Harry loopt naar de wasbak waar Jenny de ogen had gezien en ziet een slangetje in het metaal van de kraan gekrast. Hij vraagt de kraan, in Sisselspraak, te openen en de Geheime Kamer opent zich. Harry en Ron duwen Smalhart, die nu ongewapend is, als eerste naar binnen. Ze duiken in een afvoerpijp die erg breed is en tot mijlenver onder de school blijkt te lopen, naar een tunnel die uiteindelijk naar de Geheime Kamer leidt. Smalhart besluit echter dat het genoeg is geweest en grijpt Rons toverstaf. Hij schreeuwt een vergeetspreuk naar de beide jongens maar Rons toverstaf is door de botsing met de Beukwilg aan het begin van het schooljaar zó zwaar beschadigd geraakt dat de spreuk op Smalhart terugslaat. Smalhart verliest zijn complete geheugen en door de klap van de spreuk stort een deel van de tunnel in. Harry bevindt zich aan de goede kant van het ingestorte deel en gaat alleen verder om Ginny te redden. Even later ziet hij het roerloze lichaam van Ginny liggen. Hij wordt aangesproken door een jonge Marten Vilijn, die daar als een soort tastbare geest rondloopt. Vilijn pakt Harry’s toverstaf en vraagt hem hoe het komt dat Harry Voldemort al twee maal heeft weerstaan. Harry vraagt zich af wat Vilijn daarmee te maken heeft waarna Vilijn vertelt dat hij Voldemort is. Hij schrijft de letters Marten Asmodom Viilijn in de lucht en zwaait met de toverstaf van Harry zodat de letters de woorden vormen: “Mijn naam is Voldemort”. Hij vertelt Harry dat hij de erfgenaam van Zwadderich is en vijftig jaar geleden ook de kamer heeft geopend. Door zijn ziel in zijn dagboek te stoppen, heeft hij iemand anders de Kamer kunnen laten openen, Ginny Wemel dus.  Ginny was daardoor bezet en wist niet wat ze deed.

Vervolgens opent Vilijn de Geheime Kamer en laat hij de basilisk vrij. Harry zegt dat Vilijn geen enkele kans heeft zolang Perkamentus schoolhoofd is. Door deze uiting van trouw aan Perkamentus verschijnt ineens Felix de Feniks aan Harry’s zijde, met de Sorteerhoed. Harry zet de hoed op zijn hoofd en roept in gedachten om hulp. Onmiddellijk valt het zwaard van Griffoendor uit de hoed, waarmee Harry de basilisk aanvalt. Felix pikt in de ogen van de basilisk waardoor deze blind wordt. Maar door zijn reukvermorgen kan hij nog steeds achter Harry aan. Harry slaat het zwaard in de slang zijn verhemelte en het valt dood neer. Echter raakt een van zijn enorme giftanden Harry’s arm. Harry is nu ten dode opgeschreven, maar hij steekt nog met de afgebroken tand van de basilisk in het dagboek van Vilijn. Vilijn verdwijnt krijsend en Ginny’s betovering is verbroken. De feniks laat zijn tranen op Harry’s gewonde arm vallen. Tranen van een feniks hebben helende krachten, waardoor de wond die de basilisk in Harry’s arm veroorzaakte, geneest. Ginny en hij gaan samen terug naar Ron en Smalhart. Ron heeft inmiddels de ingestorte tunnel weer deels vrijgemaakt en hangend aan de staart van Felix de Feniks vliegen ze terug naar de school. De ouders van Ginny waren inmiddels in het kantoor van professor Anderling verschenen en professor Perkamentus zei dat er al meerdere oudere en wijzere tovenaars door Vilijn bezeten waren, Ginny wordt daarom niet van school gestuurd.

Een spannend, maar zeker ook geschikt boek om in de klas voor te lezen! De kinderen zullen ervan genieten en het is een erg leuk boek om zelf voor te lezen!

Was dit artikel nuttig? ‘Like’ het onderaan de pagina!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s