Diagnose: Gameverslaving – ontwikkelingsvraag 1: Wat is een (vroeg)verslaving?

Wat is een vroegverslaving precies?                           
Vroegverslaving komt eigenlijk van het begrip vroegsignalering verslaving. Het gaat hier om verslavingen die al vroeg kunnen worden gesignaleerd en zodoende een vroegverslaving genoemd kunnen worden.

Maar wat is een verslaving verder dan precies? Verslaving is een toestand waarin een persoon fysiek en/of mentaal van een gewoonte of een bepaalde stof afhankelijk is, zodanig dat hij/zij deze gewoonte of stof niet, of heel moeilijk los kan laten. Het gedrag van de persoon is vooral gericht op het verkrijgen en innemen van het middel, of het handelen naar een bepaalde gewoonte, ten koste van de meeste andere activiteiten. Als het lichaam deze stof of gewoonte dan moet loslaten kunnen er ernstige ontwenningsverschijnselen optreden bij de persoon in kwestie.

Wanneer wordt iets gezien als een verslaving?                                  
Het DSM-IV is bekend van gedragsstoornissen etc. maar is ook van toepassing op verslavingen. Hoewel er in de DSM-IV niet specifiek gesproken wordt van verslaving kun je het wel terugvinden, maar dan altijd als middelenafhankelijkheid. Aan de hand van verschillende criteria kan er een diagnose gesteld worden die overeenkomt met wat we eigenlijk een verslaving noemen. In het DSM-IV staan de middelen-gerelateerde stoornissen beschreven als klinische stoornissen. Middelenafhankelijkheid wordt gediagnosticeerd wanneer er 3 of meer van de volgende symptomen zich tegelijkertijd voordoen binnen het tijdsbestek van 12 maanden:
1. Tolerantie treedt op, oftewel er is steeds meer nodig van hetzelfde middel om hetzelfde effect te hebben;
2. Er treden ontwenningsverschijnselen op, specifiek voor het middel, of er worden gelijksoortige middelen genomen om de ontwenningsverschijnselen het hoofd te bieden;
3. Het middel wordt in steeds grotere hoeveelheden genomen, over een langere tijd dan eigenlijk de bedoeling was;
4. Er is de drang om te stoppen met het middel, maar de verschillende (mislukte) pogingen die ondernomen zijn om te stoppen, zorgen ervoor dat de drang mindert;
5. Er wordt veel tijd gestoken in het verkrijgen van het middel en het gebruik hiervan;
6. Belangrijke sociale activiteiten, werk en/of vrijetijdsbesteding worden vaak opgegeven of verminderd voor het middelengebruik;
7. Ook al weet de persoon dat het genomen middel zorgt voor fysieke of psychologische aandoeningen of verslechtering daarvan, hij of zij blijft doorgaan met het gebruik.

Daarnaast wordt in het DSM-IV een onderscheid gemaakt tussen of het middel zorgt voor lichamelijke afhankelijkheid of niet. Het is dus in principe helemaal niet noodzakelijk dat er zowel tolerantie als ontwenningsverschijnselen optreden, zolang er in ieder geval maar 3 andere criteria aan te wijzen zijn. Dit is wat er vaak gezien wordt bij een handelingenverslaving, en hoewel het DSM-IV niet voor gewoonteverslavingen geldt, kan er met enige creativiteit een gewoonteverslaving of afhankelijkheid wel mee gediagnosticeerd worden.

Welke vormen van verslavingen zijn er?         
Zoals uit de definitie van verslaving blijkt, kan een verslaving uit verschillende dingen bestaan, namelijk:
– een gewoonte, gebruik of handeling;
óf
– een middel.

Gewoonteverslaving
Een gewoonteverslaving is een verslaving aan een bepaalde handeling die voor een persoon van belang is om zich goed te kunnen voelen. De persoon in kwestie moet er een kick van krijgen. Een aantal voorbeelden van zo’n gewoonteverslaving zijn een gokverslaving, chatverslaving, internetverslaving, workaholisme én gameverslaving.

Middelenverslaving
Daarnaast zijn er nog middelenverslavingen. Een middelenverslaving is een verslaving die in feite in stand gehouden wordt door het gebruik van een bepaald middel of een bepaalde substantie. Het gaat dan om een middel of substantie dat op zichzelf verslavend is doordat het een directe werking in de hersenen heeft. We noemen dit een psychoactief middel, beter bekend als een drug. Er bestaan grof gezien 3 verschillende categorieën van deze psychoactieve middelen, namelijk:
– De stimulerende middelen: bijv. amfetamine, cocaïne en nicotine.
– De verdovende middelen: bijv. alcohol en opium.
– De bewustzijnsveranderende (ook wel geestverruimend genoemd) middelen: bijv. THC (de werkzame stof die je in marihuana vindt) of LSD.
De meest verspreide verslavingen zijn toch wel die aan alcohol en sigaretten. Andere zeer verslavende middelen zijn heroïne, cocaïne, GHB en amfetamine.

Een verslaving die vaak onopgemerkt blijft is een verslaving aan bepaalde medicatie. Het gaat hierbij vooral om medicatie als benzodiazepinen, ofwel de zogenaamde angstdempers en slaapmiddelen (diazepam, oxazepam en alprazolam). Er worden vaak jarenlang herhaalrecepteren opgehaald zonder dat hier verdere controle op gelegd wordt. De arts grijpt uiteindelijk in of de patiënt in kwestie blijkt ineens niet meer genoeg te hebben aan de dosis en probeert zo via de huisarts meer te krijgen of via andere manieren de verslaving in stand te houden.

Naast de soorten verslavingen, zijn er ook nog 2 vormen van verslaafd-zijn. Je kunt zowel geestelijk als lichamelijk verslaafd zijn. Binnen de verslaving aan een bepaalde stof of substantie wordt er vaak gesproken over een lichamelijke en geestelijke verslaving. Een lichamelijke verslaving houdt in dat het lichaam gewend is geraakt aan de stof of substantie die intensief gebruikt wordt en zich dan ook heeft aangepast aan de stof of substantie. Wanneer er dan geen aanvoer meer is van dat middel, ontstaan er ziekteverschijnselen zoals koorts, braken en slapeloosheid. Dit zijn de onthoudingsverschijnselen. Het steeds meer nodig hebben van een verslavende stof om hetzelfde effect nog te krijgen noemen we tolerantie. Dit is iets wat eigenlijk vrijwel altijd voorkomt bij een verslaving.

Geestelijke verslaving betekent dat iemand een stof nodig denkt te hebben of lekker denkt te vinden en niet meer zonder kan. Deze vorm van verslaving is dan ook echt persoonsgebonden, omdat verschillende mensen verschillende dingen lekker vinden. Bij geestelijke verslaving kan iemand zodanig naar een bepaalde stof of substantie verlangen dat alle gedachten draaien om het gebruiken en krijgen van die stof of substantie. De mentale verslaving kan de chemische balans die zich binnen de hersenen bevindt, erg verstoren en daardoor ook een daadwerkelijke lichamelijk invloed uitoefenen.

Wat zijn de algemene gevolgen van verslaving?
De gevolgen van een verslaving zijn afhankelijk van hoe ernstig deze is. Vaak weet de omgeving van niks. Een klein deel van de ernstig verslaafde mensen kan niet meer deelnemen aan de ‘gewone’ maatschappij. Er kan vaak ook niet teruggevallen worden op familie. Soms veroorzaken ze door hun problemen overlast.

Ook is een verslaving slecht voor de gezondheid. Het middel zelf is schadelijk, maar een verslaafde gaat vaak ook slechter voor zichzelf zorgen. Een ander belangrijk gevolg van een verslaving is dat het een verandering in de hersenen veroorzaakt. Daardoor kan iemand niet meer zonder die bepaalde middelen.

Dit zijn eigenlijk zo’n beetje de aspecten die volgen n.a.v. een verslaving, ongeacht het soort verslaving.

Hoe ontstaat een verslaving?  

In de hulpverlening wordt problematisch middelengebruik soms evolutief, complex, meervoudig, chronisch en langdurig genoemd. Het evolueert wel, maar niet altijd van kwaad tot erger. Het is complex omdat er zoveel verschillende invloeden op elkaar inwerken. En het is veelal maar een klein stukje van een veel groter geheel. Daarnaast is het chronisch en langdurig omdat het niet zomaar ineens ophoudt.

Er spelen dus verschillende dingen mee die ervoor zorgen dat een verslaving kan ontstaan. Hieronder meer over de verschillende factoren die meespelen.

Persoonlijke kenmerken
Een persoon kan door zijn eigenheid op zowel biologisch, psychologisch of genetisch vlak een bepaalde gevoeligheid ontwikkelen of al hebben ontwikkeld voor het gebruik van bepaalde middelen. Voorbeelden van psychologische factoren: kleinere strafgevoeligheid, verhoogde impulsiviteit, verhoogde experiëntele vermijding, verminderde inhibitie, etc.

De omgeving
Middelengebruikers staan vaak onder invloed van de directe omgeving waarin ze leven, hun familie, school en vrienden. Vooral mensen met een sterk afhankelijke persoonlijkheid kunnen sneller worden beïnvloed door hun omgeving. Daarnaast speelt nieuwsgierigheid een grote rol.

Structurele factoren
De woonomgeving, socio-economische invloeden of de beschikbaarheid van bepaalde middelen in een bepaalde buurt of in het algemeen kunnen ertoe leiden dat iemand sneller overstapt tot het overdadig gebruik van deze middelen. Ook terugkerende problematiek met het in stand houden van de maatschappelijke functie en zelfstandigheid kan leiden tot hernieuwd middelengebruik. Het is lastig voor de betreffende persoon om, vooral op langere termijn, een goed en als normaal beschouwd leven op te bouwen zonder verdere contacten, andere gebruikers en dealers. Dit terugkeren van de verslavingsituatie wordt recidiveren genoemd en is meestal het gevolg van aanhoudende problematiek rond de maatschappelijke rol na een periode van verslaving. Er wordt soms onterecht maar toch stigmatiserend gekeken naar drugsgebruikers alsof ze sowieso toch ook wel zullen dealen. Dit kan dermate een sociale ontwrichting doen ontstaan dat de betreffende persoon een compleet andere levensstijl en plek zal moeten zoeken om het probleem te kunnen bestrijden.

Wettelijk kader
Het wettelijk kader is een erg belangrijke structurele factor, die vaker een weerspiegeling is van economische, politieke en sociaal-historische verhoudingen dan gebaseerd op de aard en het misbruik van de producten. De productkennis van middelen loopt traditoneel achter, en parallel ook het wettelijk kader. Bovendient bepaalt het al dan niet verbieden van een bepaald middel sterk het gebruik of erger, misbruik.

Culturele factoren
Naast de structurele factoren zijn er ook nog culturele factoren. De gemedicaliseerde maatschappij, de reclames voor alcohol en tabak en de eerder tolerante houding ten opzichte van het gebruik van bepaalde middelen in de werksfeer spelen een rol bij wat men in het algemeen een verslaving zal noemen.

Andere factoren
De afgelopen 3 decennia is er steeds meer bekend geworden over de neurobiologie en genetische factoren die een rol kunnen spelen bij verslaving. Dit kan met zich meebrengen dat mensen zich hierachter gaan verschuilen of er een excuus voor verzinnen. Verslaafden worden hierin ook door medici bevestigd. De verslaving wordt soms op medische gronden in stand gehouden. Dit soort patronen kan doorbroken worden, indien verslaving als een keuze ervaren wordt, vergelijkbaar eigenlijk met het roken van sigaretten of het drinken van alcohol. Om te stoppen zijn er uiteraard wel een aantal randvoorwaarden van belang. De belangrijkste is wellicht de verandering van omgeving, waarbij voldoende perspectief geboden moet worden en waarin men zich een andere levensstijl kan aanpassen, zo nodig met ondersteuning door een psychotherapeut of misschien zelfs wel een verblijf in een beschermde woonvorm.

Bronvermelding e.d. zal volgen bij het laatst aan dit onderwerp gerelateerde blogbericht.

Was dit artikel nuttig? ‘Like’ het onderaan de pagina!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s