Diagnose: Dyscalculie – ontwikkelingsvraag 1: hoe herken ik dyscalculie?

Er zijn een aantal algemene kenmerken te benoemen wanneer we het hebben over het herkennen van dyscalculie bij kinderen. Hieronder een opsomming:
De leerling..
.. gebruikt simpele procedures (bijvoorbeeld lang op de vingers blijven tellen i.p.v. te werken met clusters van getallen).
.. maakt veel fouten in een stapsgewijze aanpak.
.. heeft problemen met de volgorde van de te nemen stappen bij een bepaalde strategie.
.. kan geen associaties maken met eerder opgedane kennis.
.. heeft problemen met de plaats van getallen.
.. maakt veelvuldig omkeringen van getallen.

Daarnaast zijn er een aantal algemene problemen te herkennen bij kinderen met leerstoornissen, namelijk:
– een trager tempo;
– een ongunstig aanpakgedrag: een passieve of impulsieve aanpak;
– een minder goed werkend korte-termijngeheugen;
– een minder efficiënt gestructureerd lange-termijngeheugen;
– problemen met het vasthouden van de instructie;
– problemen om snel de essentie van een opdracht te doorzien;
– minder flexibiliteit in het overschakelen van het ene naar het andere niveau;
– moeite het eigen werk te controleren en te reflecteren op eigen werk;
– emotionele problemen, bijvoorbeeld faalangst.

Maar naast deze algemene kenmerken, kun je ook per leeftijdsperiode een aantal dingen herkennen. Hieronder per leeftijdsperiode de kenmerken.

Kleuters
Allereerst bij kleuters.  In de onderbouw van de basisschool wordt er veel aandacht besteed aan getalbegrip en andere aspecten van voorbereidend rekenen. Er wordt ook wel gesproken van ‘ontluikende gecijferdheid’.

Rekentaal
Bij voorbereidend rekenen gaat het verder onder andere om het kennen en kunnen gebruiken van begrippen die bij rekenen belangrijk zijn zoals: voor, achter, links, morgen, gisteren, zwaar, licht, vol, leeg, meer, minder. Dit wordt ook wel rekentaal genoemd.

Verschil in tempo
Kinderen in de kleuterleeftijd verschillen nog sterk in het tempo waarin zij zich getalbegrip en rekentaal eigen maken. Zij kunnen soms in korte tijd grote ontwikkelingssprongen maken. Achterstanden in het voorbereidend rekenen kúnnen, maar hoeven daarom niet per se, een voorbode zijn van latere rekenproblemen. Het is wel goed om op school te oefenen met kleuters in groep 2 die moeite hebben met getalbegrip en andere aspecten van voorbereidend rekenen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van telspelletjes. Dan zijn ze in groep 3 beter voorbereid op het formele rekenonderwijs.

Verhoogd risico op rekenproblemen
Als kinderen met één of enkele aspecten van voorbereidend rekenen moeite hebben is dit niet alarmerend. Pas als het kind met meerdere onderdelen moeite heeft én deze problemen niet overgaan na extra oefening kan er sprake zijn van een verhoogd risico op latere rekenproblemen. In de literatuur worden onder andere de volgende signalen bij kleuters genoemd:
– moeite met het vergelijken van hoeveelheden;
– het niet in een keer kunnen overzien van kleine hoeveelheden;
– niet vlot kunnen opzeggen van de getalrij tot 10;
– moeite met synchroon tellen (tellen van voorwerpen door ze een voor een aan te wijzen);
– niet gemakkelijk resultatief kunnen tellen (bepalen van aantal voorwerpen);
– niet snel kunnen benoemen van vormen en kleuren;
– een zwakke ruimtelijke oriëntatie;
– moeite met het (na)bouwen van constructies van blokken of lego;
– een gebrekkig richtingsgevoel;
– een zwak auditief geheugen;
– moeite met rekentaal: begrippen die voor het latere rekenen belangrijk zijn;
– geen interesse in puzzelen en in activiteiten met tellen.

Basisschool
Rekenproblemen worden pas echt duidelijk als kinderen vanaf groep 3 formeel rekenonderwijs krijgen. De problemen van kinderen met rekenproblemen en dyscalculie kunnen erg van elkaar verschillen en door deskundigen worden dan ook diverse subtypen dyscalculie onderscheiden. Hieronder wordt een aantal signalen bij kinderen in de basisschoolleeftijd genoemd die kunnen wijzen op dyscalculie. Daarbij geldt vooral hoe meer signalen, hoe groter de kans op dyscalculie. En: als intensieve extra instructie en oefening van het specifieke rekenprobleem niet leidt tot (voldoende) vooruitgang en er dus sprake is van een hardnekkig probleem dan is de kans groter dat sprake is van dyscalculie.
– veel moeite met het aanleren en vlot toepassen (automatiseren) van optellen en aftrekken tot 20, de tafels en telhandelingen. Kinderen met deze problemen blijven heel traag en vaak tellend rekenen en/of maken veel rekenfouten bij eenvoudige sommen;
– veel fouten in het correct lezen en schrijven van getallen (bijv. 23 wordt 32);
– veel moeite met het inzicht in getalopbouw (wat is de waarde van 3 in het getal 235?);
– moeite met de volgorde van stappen bij ingewikkelde berekeningen (bijvoorbeeld bij grote vermenigvuldigingen op optel/aftreksommen met tientaloverschrijding);
– veel moeite met opdrachten waarbij ruimtelijk inzicht een grote rol speelt;
– het niet kunnen onthouden van rekenregels, symbolen (zoals % en <) en formules en moeite blijven houden met de rekentaalbegrippen;
– moeite met klokkijken;
– niet goed schattend kunnen rekenen door moeite met het overzien van hoeveelheden;
– de rekenresultaten zijn vaak onvoorspelbaar en leiden tot onzekerheid waardoor het kind faalangstig kan worden, rekenangst kan ontwikkelen en een hekel aan rekenen krijgt.

Middelbare school
In het voortgezet onderwijs blijven leerlingen met dyscalculie vaak bepaalde hardnekkige problemen houden. Signalen op de middelbare-schoolleeftijd zijn onder andere:
– veel problemen met breuken, decimalen, percentages, de waarde van getallen, meten en schatten;
– een langzaam rekentempo en veel moeite met hoofdrekenen als gevolg van het niet voldoende geautomatiseerd beheersen van de basissommen zoals de tafels;
– moeite met het uitspreken en de getalwaarde van grotere en complexe getallen zoals getallen met decimale cijfers;
– moeite met het onthouden van rekenbegrippen (bijvoorbeeld kwadraat, rekenregels (zoals het vereenvoudigen van breuken) en symbolen (zoals x2);
– visueel-ruimtelijke problemen die zich bijvoorbeeld voordoen bij het werken met tabellen en kaarten;
– niet vlot kunnen omgaan met geld en dus niet vlot kunnen betalen bij de kassa;
– moeite blijven houden met klokkijken en daardoor bijvoorbeeld niet snel genoeg vertrektijden op het station kunnen lezen.
Bron: http://www.balansdigitaal.nl/

Meer weten over dyscalculie? Stay tuned!

Was dit artikel nuttig? ‘Like’ het onderaan de pagina!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s