Reflectie: Kortenhagen theorie

Je hebt er vast al eens van gehoord, de Kortenhagen reflectie theorie. Een handige manier van reflecteren op het eigen handelen. Hieronder uitgelegd in stappen.

download (7)

1. Handelen
In deze stap ga je ervaring opdoen, bijvoorbeeld bij een les die je geeft of voorbereid hebt. Je kunt jezelf hierbij de volgende vragen stellen:
– Wat wil ik hiermee bereiken?
– Waar wil ik op letten?
– Wat wil ik uitproberen?

2. Terugblikken
Je staat na de les stil bij jouw ervaringen, ofwel je blikt erop terug. Dat kun je in je eentje doen, maar ook met anderen, bijvoorbeeld je mentor of collega. Je kunt jezelf de volgende vragen stellen:
– Wat is er gebeurd?
– Wat wilde ik en wat wilde de ander?
– Wat voelde ik en wat voelde de ander?
– Wat dacht ik en wat dacht de ander?
– Wat deed ik en wat deed de ander?

3. Bewustwording
Tijdens de derde stap gaat het om het signaleren van mogelijke patronen en de gevolgen die daaraan verbonden zijn. Ook gaat het om het krijgen van inzicht in het waarom van het handelen, denken en voelen. Je kunt jezelf bijvoorbeeld de vraag stellen: is dit de eerste en enige keer dat ik dat gedrag opmerk of gebeurt dat vaker? Als er patronen worden gesignaleerd, kan theorie elpen bij het vinden van verklaringen voor die patronen. Je kunt jezelf de volgende vragen stellen:
– Wat vond ik belangrijk?
– Wat is de samenhang tussen de antwoorden van stap 2?
– Is er overeenstemming tussen wat ik wilde en deed, wat ik deed en dacht, wat ik dacht en voelde, wat ik deed en voelde?
– Is er overeenstemming tussen wat ik wilde en wat de ander deed, tussen wat ik deed en wat de ander voelde?
– Is er overeenstemming tussen wat de ander deed en wat ik voelde, tussen wat de ander deed en wat ik dacht?
– Welke invloeden speelden daarbij een rol?
– Wat betekent dit voor mij?
– Wat is de kern van het probleem?
– Aan wie lag dat of was de interactie het probleem?
– Wat wil ik anders doen?

4. Alternatieven ontwikkelen
In de vierde stap staat het bedenken van eventuele oplossingen voor de gevonden patronen/gedragingen centraal. Het is belangrijk dat je zoekt naar meerdere oplossingen. Wanneer je slechts één oplossing ziet, is het gevaar groot dat deze meteen gezien wordt als de meest aangewezen oplossing. Wanneer eerdere alternatieven worden verkend, kan blijken dat de eerste optie niet altijd de beste is. Je maakt zelf de keuzes, maar anderen kunnen jou hierbij ondersteunen en stimuleren om reële, concrete oplossingen te formuleren en om daarbij de consequenties te overzien. Je kunt jezelf hierbij de volgende vragen stellen:
– Wat is de consequentie van stap 3?
– Hoe kan ik het anders doen?
– Welke alternatieven heb ik?
– Welke alternatieven kan ik realiseren?
– Welke alternatieven kies ik?

5. Uitproberen
In de laatste stap van dit reflectieproces zet je de door jou gemaakte keuze om in een concrete actie tijdens een volgende lesactiviteit. Je onderbouwt de keuze voor zover mogelijk aan de hand van theorie die je hebt geraadpleegd. Na deze lesactiviteit start je het reflectieproces opnieuw. De volgende vragen kun je jezelf stellen:
– Wat wil ik bereiken?
– Waar wil ik op letten?
– Wat wil ik uitproberen?

Ik kan me voorstellen dat deze omschrijving wat breed is. Dit heb ik zelf destijds gedurende mijn opleiding ook ervaren. Van mijn toenmalige mentor heb ik de vragen in een andere formulering gekregen en deze heb ik vervolgens naar een formulering naar eigen hand gemaakt zodat het begrijpelijker werd voor mijzelf. Hieronder zit echter geen stap 5 verwerkt, gezien stap 5 gelijk is aan stap 1. Zie hieronder mijn formuleringen van de vragen.

1. Ervaring/Problematische situatie
Wat wilde ik bereiken?
Wat wilde ik uitproberen?
Waar wilde ik op letten?

2a. Bewustwording doeltoestand
Wat gebeurde er?
Lerarenperspectief – wat wilden de leerlingen?
Lerarenperspectief – wat deden de leerlingen?
Lerarenperspectief – wat dachten de leerlingen?
Lerarenperspectief – wat voelden de leerlingen?

2b. Bewustwording beperkingen
Wat wilde je eigenlijk graag bereiken of creëren?
(Gedrag, gevoelens, beelden, overtuigingen) Hoe beperkte je jezelf om dit te bereiken?

3. Bewustwording van kernkwaliteiten
Hoe hangen de antwoorden op de vorige vragen met elkaar samen?
Wat is daarbij de invloed van de context/de school als geheel?
Wat betekent dit nu voor mij?
Wat is dus het probleem of de positieve ontdekking?
Welke kernkwaliteit is nodig om de beperkingen te overwinnen?

4. Formuleren van handelingsalternatieven
Welke alternatieven zie ik?
Welke voor- en nadelen hebben die?
Wat neem ik nu mee voor de volgende keer?
Hoe kun je deze kernkwaliteit(en) inzetten?

En dan start de cyclus weer opnieuw. Zo kun je op al je handelingen reflecteren en jezelf verbeteren waar nodig.

Bron: http://educatie-en-school.infonu.nl en persoonlijke ervaringen

Was dit artikel nuttig? ‘Like’ het onderaan de pagina!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s