Diagnose: Dyslexie – ontwikkelingsvraag 3: Dyslexie in het basisonderwijs

Als een kind dyslexie heeft, wordt dat meestal pas op de basisschool duidelijk. Hieronder vindt je meer informatie met betrekking tot signaleren en de begeleiding door school.

Onderbouw: Groep 1-4
In de onderbouw leert een kind de eerste beginselen van het lezen. Bij kinderen die een groter risico lopen op dyslexie is het in deze periode heel belangrijk goed te letten op de signalen van leesproblemen.

Leren lezen
Het begint al bij de fase van het voorbereidend lezen waarin kinderen taalbewustzijn ontwikkelen en eerste pogingen gaan doen om letters te lezen en schrijven. Ouders kunnen in deze periode een heel belangrijke rol spelen door aan de ene kant veel met taal bezig te zijn, veel voor te lezen en daar samen over te praten, veel rijmspelletjes en dergelijke te doen. Aan de andere kant kunnen ouders letten op signalen die wijzen op problemen.

Leesontwikkeling
Bij de herfstsignalering van groep 3 is het moment aangebroken om te beoordelen of het leesonderwijs aanslaat. Als de leesontwikkeling achterblijft op dat moment, moet er extra hulp worden ingezet. Eind groep 3 of begin groep 4 is het volgens het Protocol Leesproblemen & Dyslexie tijd om te beoordelen of het technisch lezen naar wens verloopt. Als dat niet het geval is en extra hulp ook geen resultaat oplevert, is het moment aangebroken om een deskundige in te schakelen die kan beoordelen of er sprake is van dyslexie.

Het AVI-toetssysteem
Het nieuwe AVI-toetssysteem bestaat uit 12 niveaus die gekoppeld zijn aan de leerjaren in het basisonderwijs. Er wordt uitgegaan van een gemiddeld leesniveau halverwege (aangeduid met een M) en aan het eind (aangeduid met een E) van de groep. Hiermee kan gekeken worden of kinderen op schema lopen.

Leren lezen in de onderbouw
Voordat kinderen naar school gaan, ontwikkelen ze al een taalbewustzijn. Zo weten ze dat je van losse woorden zinnen kunt maken en dat je zinnen kunt opdelen in losse woorden. Rond hun derde jaar krijgen kinderen een fonologisch bewustzijn: ze gaan de klankstructuur van taal doorzien. Ze kunnen dan bijvoorbeeld van losse lettergrepen langere woorden maken.

Groep 1-2
Vanaf groep 1 leert een kind eigenlijk al lezen. Kinderen ontdekken, vooral tegen het einde van groep 2, dat gesproken woorden uit losse klanken bestaan. Dit heet het fonemisch bewustzijn, een belangrijke voorwaarde voor het leren lezen in groep 3.

Groep 3
In groep 3 begint een kind echt met leren lezen en schrijven. In deze fase is het aanleren van klank-letterkoppelingen en letterkennis belangrijk. Kinderen leren ook woorden schrijven als ondersteuning van het lezen.

Groep 4
In groep 4 wordt het leesproces ingewikkelder. Er is steeds meer aandacht voor het begrijpend lezen. Ook het schrijven wordt steeds belangrijker. Zwakke lezers krijgen het nu moeilijker.

Leesproblemen in groep 1-4
In de onderbouw kan een kind de eerste problemen ondervinden bij het leren lezen. Spelling is dan nog nauwelijks aan de orde. Als het lezen niet naar wens verloopt, kan dit voor ouders een grote schok zijn, omdat er vaak tot dat moment geen tekenen waren van een afwijkende ontwikkeling. Voor de kinderen zelf is het meestal ook onbegrijpelijk dat zij zoveel moeite hebben met iets dat klasgenoten zonder moeite leren.

Leesproblemen doen zich in de onderbouw voor als een achterblijvende ontwikkeling in letterkennis en woordherkenning. Het gevaar is dat kinderen verkeerde strategieën aanleren om de leesproblemen te omzeilen.

Groep 1-2
In groep 1 en 2 is het leren lezen nog niet echt begonnen. Wel kunnen er tekenen zijn die wijzen op problemen bij het voorbereidend lezen.

Groep 3
In groep 3 start het technisch leren lezen. Het is dan mogelijk dat het leesonderwijs (nog) niet aanslaat bij een kind.

Groep 4
In groep 4 krijgen zwakke lezers het moeilijker, omdat de teksten ingewikkelder worden. Dit geeft een hoog risico op achterstand.

Wanneer in de loop van groep 3 en 4 geen verbetering optreedt en hulp uitblijft om het kind te ondersteunen, kunnen emotionele en gedragsproblemen het gevolg zijn. Ouders zijn in deze fase uiterst belangrijk voor het kind. Aan de ene kant om hen te helpen de moed erin te houden en aan de andere kant om hen het gevoel te geven dat ze niet alleen met het probleem hoeven te worstelen.

Bovenbouw: Groep 5-8
Niet alle kinderen met dyslexie worden in de onderbouw al ontdekt. Kinderen kunnen hun leesproblemen namelijk jarenlang verbergen. Het komt ook voor dat een leerkracht de problemen niet onderkent. Opsporing en behandeling van ernstige leesproblemen en dyslexie blijft dus ook in de bovenbouw hard nodig. Om deze reden is ook voor de bovenbouw een protocol leesproblemen en dyslexie opgesteld. We kijken eerst wat leesonderwijs inhoudt in de bovenbouw en welke leesproblemen kinderen kunnen ervaren. Vervolgens kijken we op basis van het protocol wat de school kan doen om leesproblemen te ontdekken en aan te pakken en wat ouders zelf kunnen doen om hun kind te helpen als het leesproblemen of dyslexie heeft.

Leesonderwijs
In de bovenbouw van de basisschool is het leesonderwijs erop gericht de kinderen steeds meer woorden te leren lezen en steeds zelfstandiger te maken, om door middel van lezen informatie op te doen en hun kennis uit te breiden. Aan het eind van groep 6 lezen de meeste leerlingen op AVI-E6 niveau (voorheen AVI 9). Zij kunnen dan wat betreft de technische kant van het lezen vrijwel alle teksten aan. Hierdoor kan de aandacht zich meer gaan richten op de inhoud van de tekst. Het streven is om alle leerlingen aan het eind van groep 8 AVI-Plus niveau (voorheen AVI 9) te laten halen. De leerlingen bij wie dat niet lukt, zullen in het vervolgonderwijs extra hulp nodig hebben om teksten te leren begrijpen.

Leesproblemen in de bovenbouw
Zwakke lezers
Leesproblemen van leerlingen in de bovenbouw kunnen verschillende oorzaken hebben:
– Leerlingen die het technisch lezen redelijk vlot hebben geleerd, maar die moeite hebben met begrijpend lezen;
– Leerlingen bij wie in de voorgaande jaren de diagnose dyslexie al gesteld is. Zij blijven moeite houden met het technisch lezen en dreigen steeds verder achter te gaan lopen, omdat de motivatie om te lezen gevaar loopt;
– Leerlingen die hun leesproblemen tot dan toe hebben kunnen verbergen, maar in de problemen komen met de langere en meer ingewikkelde teksten in de bovenbouw;

Het is mogelijk dat deze leerlingen dyslexie hebben en zich het lezen van woorden op een verkeerde manier hebben aangeleerd, namelijk niet via het verklanken, maar door het hele woordbeeld in het geheugen op te slaan. Wanneer de zinnen dan ingewikkelder worden, legt het een te groot beslag op het geheugen en lukt het niet meer om hele zinnen te overzien. Helaas komt het ook nog voor dat de lees- en spellingsproblemen niet worden onderkend als dyslexie of zelfs worden genegeerd. Het is dus van het grootste belang ook in de bovenbouw te letten op signalen van dyslexie.

Leerlingen met dyslexie
Leerlingen met dyslexie dreigen in de bovenbouw steeds verder achter te lopen, omdat het lezen bij hen traag verloopt en relatief veel energie vraagt. Hierdoor zijn ze steeds minder gemotiveerd om zelfstandig te lezen en oefenen ze steeds minder om een vlotte lezer te worden. Dyslexie is daarmee niet alleen een belemmering om te leren lezen, maar ook om een vlotte lezer te worden. om toch ook zoveel mogelijk zelfstandig met leesmateriaal te kunnen omgaan, hebben deze leerlingen veel hulp nodig.

Dyslexie maakt een kind onzeker. Leerlingen die voldoende intelligent zijn en het technisch lezen maar niet onder de knie kunnen krijgen, terwijl het bij klasgenootjes probleemloos lijkt te verlopen, gaan twijfelen aan hun gevoel van eigenwaarde. Naarmate een kind ouder wordt en meer stress heeft ervaren bij het lezen, wordt de frustratie alsmaar groter. Faalangst is bij kinderen met dyslexie dan ook een regelmatig voorkomend verschijnsel. Wanneer dyslexie eenmaal is vastgesteld, is het vaak een grote opluchting voor een kind. Het weet dan wat er aan de hand is. Het kind krijgt meestal gerichte hulp en heeft dan niet meer het gevoel alleen met iets te tobben, iets waar hij zich voor moet schamen: het kind weet dat hij niet dom is. Bekend is dat de decodeervaardigheden bij kinderen met dyslexie zich alleen verder ontwikkelen als ze directe en planmatige instructie krijgen.

Wat kan de school doen?
In de bovenbouw moet de hulp aan leerlingen met dyslexie op een aantal dingen gericht zijn:
– extra begeleiding bij lezen en schrijven
– stimuleren van motivatie
– goede dossiervorming om de hulp te continueren
– hulpmiddelen (compensatie) en ontheffingen (dispensatie)
– het maken van een dyslexiepas- of kaart

Extra begeleiding
Extra begeleiding is er vooral op gericht om de technische lees- en spellingvaardigheden, het begrijpend lezen en het begrijpelijk schrijven van een tekst op een zo hoog mogelijk niveau te krijgen. Dit gebeurt door het steeds weer oefenen van de leessnelheid en de spelling (de decodeervaardigheden van het technisch lezen en het spellen), het maken van stappenplannen waarmee de leerling de verschillende denkstappen bij het lezen en spellen beter kan onthouden en het vinden van oplossingen om het begrip van de tekst te bevorderen en te leren schrijven.

Het kind moet uiteindelijk informatie kunnen halen uit teksten van bijvoorbeeld schoolboeken of tijdschriften, of een verhaal kunnen schrijven. De leerkracht of remedial teacher zal proberen om het kind met leesproblemen zoveel mogelijk strategieën aan te leren voor begrijpend lezen en tekstschrijven.

Motivatie
Het blijven stimuleren van de motivatie en het leren omgaan met de beperkte leessnelheid. Naast aanpak van lees en spellingproblemen, is aandacht voor de blijvende motivatie van de leerling uiterst belangrijk. Het kind met dyslexie moet het gevoel hebben dat de leerkracht zijn probleem begrijpt en bereid is hem te helpen. Het is heel frustrerend voor een kind wanneer de leerkracht niet weet wat dyslexie betekent. Uit onderzoeken blijkt steeds weer dat de verwachting van de leerkracht een belangrijke rol speelt in hoe een dyslectische leerling zichzelf ziet. Om leerkrachten in het basisonderwijs te steunen bij het begeleiden van leerlingen met dyslexie in de praktijk van alledag is de Dyslexie-Express samengesteld. De Dyslexie-Express richt zich voornamelijk op begeleiding van leerlingen met dyslexie op sociaal-emotioneel gebied.

Dossiervorming
Het bijhouden van een dossier over de leesvorderingen van een kind is belangrijk. Het zorgt voor een goede overdracht naar de leerkracht van de volgende groep en geeft direct informatie over de geschiedenis van de leesontwikkeling bij verwijzing naar een externe deskundige. Volgens het protocol moeten de volgende gegevens in het dossier worden opgenomen:
– toetsformulieren met ruwe scores, interpretaties en eventueel de computeruitdraai van de Citoscores;
– lees- en spellinganalyses;
– werk van de leerling, zoals schrijfproducten en een lijst van gelezen boeken;
– de eindevaluatie van het einde van een schooljaar;
– interventie en handelingsplannen;
– afsprakenlijstjes n.a.v. de gesprekken tussen leerkracht, deskundigen en ouders;
– korte verslagen van de gesprekken;
– kort verslag van de overdracht naar een volgende groep.

Hulpmiddelen
De leerling kan op school gebruik maken van hulpmiddelen (compensatie) of ontheffing (dispensatie) krijgen van bepaalde opdrachten. Welke compenserende en dispenserende maatregelen noodzakelijk zijn, hangt af van de problemen die het kind heeft. Dit zal vrijwel altijd in overleg met een deskundige moeten worden uitgezocht. De deskundige zal ook zowel leerling als leerkracht begeleiden in het gebruik van de benodigde hulpmiddelen in de klas. Meestal is het ook raadzaam de ouders te instrueren, zodat de leerling de hulpmiddelen ook thuis kan gebruiken bij het maken van huiswerk.

Dyslexiepas- of kaart
Het is wenselijk om de afspraken over het gebruik van hulpmiddelen, die met de leerling en zijn ouders zijn gemaakt, vast te leggen op een zogenaamde dyslexiepas of dyslexiekaart. Sommige van deze maatregelen zullen al op de dyslexieverklaring van de leerling staan beschreven. De dyslexiepas- of kaart houdt de leerling bij zich, zodat hij die kan laten zien als er een keer een invaller is in de groep. Gaat de leerling naar een volgende groep, dan gaat de kaart mee. Zijn  daar andere omstandigheden van toepassing, dan kan de kaart zo nodig aangepast worden. Dit is ook een goed moment om te kijken of de faciliteiten nog up-to-date zijn. Misschien moet een softwarepakket worden vervangen door een nieuwere versie of door een ander programma dat beter aansluit bij de behoeften van de leerling. Aanpassingen in de faciliteiten gebeurt bij voorkeur in samenspraak met de deskundige die goed op de hoogte is van de ICT-mogelijkheden voor dyslectische leerlingen.

Meer weten over dyslexie? Kijk op de website van Steunpunt Dyslexie! Bovenstaande informatie is afkomstig van de website van Steunpunt Dyslexie.

Was dit artikel nuttig? ‘Like’ het onderaan de pagina!

Advertenties

One thought on “Diagnose: Dyslexie – ontwikkelingsvraag 3: Dyslexie in het basisonderwijs

  1. Mooie heldere uiteenzetting over dyslexie. Ik wil wel graag een kanttekening plaatsen bij de 2e alinea onder het kopje “zwakke lezer”. Kinderen die vanuit “woordbeelden” leren, in plaats van door middel van “verklanking”, leren het zich zelf niet verkeerd aan. Zij hebben slechts een andere leerstijl, een visuele leerstijl. Zij worden ook wel beelddenkers genoemd. Waar de kinderen die leren vanuit verklanking “taaldenkers” worden genoemd. Ondertussen komt er gelukkig steeds meer aandacht voor kinderen met een visuele leerstijl. Er zijn een aantal methoden ontwikkeld om ook deze kinderen op een goede manier te ondersteunen bij het leren lezen, maar ook met rekenen. Een daarvan is de Ik leer anders – methode. Als moeder van 2 beelddenkers (door het onderwijs aangemerkt als dyslectisch) ondersteun ik met mooie resultaten mijn beide kinderen met deze methode.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s