Energizers bovenbouw: Rekenen/wiskunde

En weer 3 nieuwe energizers rondom Rekenen/wiskunde in de bovenbouw!

Rekenslang:
De leerkracht of leerling begint met een simpele som, bijv. 2+3=5. De volgende die aan de buurt is begint zijn som met jouw uitkomst. De volgende die aan de beurt is begint zijn som weer met de uitkomst van degene voor hem. Zo gaat het dor de hele klas verder. Vrij snel zal er ook gedeeld en afgetrokken moeten worden. De enige regel is dat er niet direct de contrasom gezegd mag worden, dus na 5×5 mag niet 25:5 komen.
Werkvorm: concentratie/rustig

Blinde cijfers:
Eén van de spelers neemt een getal in gedachten en schrijft het op, zonder het aan de anderen te laten zien. De andere spelers mogen nu om de beurt een vraag stellen (is het getal deelbaar door 5; is het een even getal? enz.) De vragen mogen alleen beantwoord worden met ja, nee of niet van toepassing. Wie het getal weet, verdient 3 punten. Voor elke vraag die tot het juiste antwoord leidde krijgt de eerste speler (die het getal uitgekozen had), 1 punt. Als iedereen een keer een getal heeft uitgekozen, worden de punten geteld. Wie de meeste punten heeft, wint.
Werkvorm: actief

Appeltjesboom:
Je begint met een boom vol appeltjes die geplukt moeten worden. De leerkracht geeft aan hoeveel appels erin hangen. Het eerste kind zegt of het de helft, een derde, een vierde of een vijfde deel van de appels plukt. En hoeveel het geplukt heeft. Van daaruit wordt verder gerekend. Allengs worden de sommen makkelijker, dus ook de zwakkere rekenaars hebben de kans.
Voorbeeld:
Een boom met 100 appels.
Tim: Ik pluk een vijfde deel en ik heb 20 appels.
Nicole: Ik pluk daarna een vijfde en ik heb (100-20=80. 80:5=16) 16 appels.
Klas: Er hangen nog 100-20-16=64 appels.
Karim: Ik pluk een vijfde en .. eh gaat niet op; ik pluk een vierde en heb 16 appels (64:4=16).
Klas: Er hangen nog 100-20-16-16=48 appels.
Dion: Ik pluk de helft, 24 appels.
Klas: Er hangen nog 24, want 48:2 = 24.
Mehek: Ik ook de helft, 12 appels.
Klas: Er hangen nog 12 appels.
Bart: Ik pluk 1/3, dus 4 appels.
Klas: Er hangen nog 12-4 = 8 appels.
Lisanne: Ik een kwart, dus 8:4=2 appels.
Klas: Er hangen nog 6 appels.
Jesper: Ik pluk de helft, dus 3 appels.
Klas: Er hangen nog 3 appels.
Kim: Door 5 kan niet meer, door 4 kan niet meer, door 3 wel, ik pak een derde deel, dus 1 appel.
Klas: Er hangen nog 2 appels.
Merel: Ik pak de helft, dus 1 appel.
Klas: En de juf krijgt de laatste!
Werkvorm: concentratie/rustig

Binnenkort weer meer!

Was dit artikel nuttig? ‘Like’ het!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s