Hoogbegaafdheid: de theorieën en modellen

Er bestaan verschillende theorieën en modellen rondom (hoog)begaafdheid. Het SLO houdt er een paar verschillende op na, die hun werkdefinitie ondersteunen. Het gaat om die van Mönks, Heller, Gagne, Gardner en Sternberg.

In Nederland wordt (hoog)begaafdheid vaak beschreven aan de hand van het meerfactoren-model van Mönks. Het model van Mönks hanteert het triadisch model van Renzulli als basis. Renzulli gaat ervan uit dat een (hoog)begaafde leerling moet beschikken over de volgende persoonlijksheidskenmerken:
– Hoge intellectuele vermogens: intelligentie die boven het gemiddelde ligt, vaak gemeten met een prestatie- of intelligentietest, meestal uitgedrukt met een intelligentiequotiënt (IQ);
– Taakgerichtheid en volharding (motivatie): doorzettingsvermogen om een taak te volbrengen;
– Creatief vermogen: het vermogen om op een originele en vindingrijke wijze oplossingen voor problemen te bedenken.

Mönks onderscheidt in zijn model naast deze drie aanlegfactoren nog een drietal omgevingsfactoren die van invloed zijn op het tot uiting komen van (hoog)begaafdheid. Deze factoren hebben betrekking op de invloed van gezin, school en vrienden (de omgeving) op de ontwikkeling van (hoog)begaafd gedrag.

Heller en Gagné onderscheiden kenmerken en factoren die van invloed zijn op het tot uiting komen van (hoog)begaafdheid. Ook hier zijn omgevingsfactoren medebepalend voor het uiteindelijke niveau waarop (hoog)begaafdheid tot uiting komt. Daarnaast zijn ook niet-cognitieve factoren medebepalend voor het uiteindelijke niveau en terrein waarop de (hoog)begaafdheid tot uiting komt. Zo zal bijvoorbeeld een leerling met bovengemiddelde intellectuele vaardigheden, die faalangstig is, minder goed presteren dan een leerling met dezelfde intellectuele mogelijkheden, die niet faalangstig is.

Een theorie die binnen het onderwijs steeds meer in de belangstelling staat, is de theorie van meervoudige intelligentie van Howard Gardner. Volgens Gardner beschikken alle mensen over kwaliteiten (of “vormen van intelligentie), waarmee de kennis en vaardigheden van mensen getypeerd kunnen worden. Intelligentie heeft vooral betrekking op de bekwaamheid om problemen op te lossen, vragen op te roepen, of iets te vervaardigen (bouwsel, schrijfsel, contact, product), in een natuurlijke, betekenisvolle omgeving.

Mönks
Ter aanvulling op de door Renzulli beschreven aanlegfactoren (hoge intellectuele capaciteiten, creativiteit en motivatie), wordt in het meerfactorenmodel van Mönks het belang van een goede interactie met de sociale omgeving benadrukt voor een gezonde ontwikkeling.

Hierbij gaat het met name om de wisselwerking met gezin, school en vrienden (peers/ontwikkelingsgelijken). Pas bij een goed samenspel van de persoonskenmerken en sociale omgevingen kan (hoog)begaafdheid zich ontwikkelen. Dit kan alleen tot stand komen als ook de sociale competentie voldoende eigen gemaakt kan worden (Mönks, 1995).
Model Mönks - klik om te vergroten

Heller
Het model van Heller onderscheidt niet-cognitieve persoonlijkheidskenmerken en omgevingskenmerken die een negatieve of positieve invloed kunnen uitoefenen op aanleg en gedrag.

Van belang is om zich te krijgen op hóé deze belemmerende of stimulerende factoren van invloed zijn op het ontwikkelingsproces. Hierdoor ontstaat inzicht in de benodigde ondersteuning en begeleiding die kan bijdragen om het potentieel om te zetten in hiermee overeenstemmende prestaties. De kenmerkende leer- en persoonlijkheidseigenschappen van (hoog)begaafde leerlingen kunnen dan ook zichtbaar blijven of worden.
Model Heller - klik om te vergroten

Gagné
Model Gagné - klik om te vergroten

Gardner
“Intelligence is a biopsychological potential to process information in certain ways: Each intelligence can be activated in an appropriate cultural setting. An intelligence permits an individual to solve problems and fashion products that are of value within a cultural context.” (Gardner, 1983)

Gardner’s bekende theorie van de meervoudige intelligenties (MI) gaat er vanuit dat de bekwaamheid om te leren langs verschillende wegen kan plaatsvinden. Gardner onderscheidt hierin op grond van een aantal criteria in ieder geval de volgende intelligenties: verbaal-linguïstisch, logisch-mathematisch, visueel-ruimtelijk, muzikaal-ritmisch, lichamelijk-kinesthetisch, naturalistisch, interpersoonlijk en intrapersoonlijk.

Elke intelligentie vervolgt zijn eigen ontwikkelingstraject. Intellectuele asynchronie, een asynchrone ontwikkeling tussen de intelligentiegebieden, is vanuit een MI perspectief een te verwachten kenmerk van begaafdheid. Dit betekent in de praktijk dat (hoog)begaafdheid domeinspecifiek is, het kan zich op één of meerdere begaafdheidsgebieden uiten, maar is zelden op alle gebieden in één persoon in uitzonderlijke mate aanwezig. Binnen één individu kunnen er ook grote verschillen in aanleg zijn tussen verschillende begaafdheidsgebieden.
Meervoudige Intelligentie (Gardner) - klik om te vergroten

Sternberg
“Intelligence is defined in terms of the ability to achieve success in life in terms of one’s personal standards, within one’s sociocultural context. One’s ability to achieve succes depends on capitalizing on one’s strengths and correcting or compensating for one’s weaknesses. One is succesfully intelligent by virtue of how one adapts to, shapes, and selects environments. Succes is attained through a balance of analytical, creative and practical abilities.” (Sternberg, 2003)

Sternberg onderscheidt drie basis denkvaardigheden: analytische intelligentie, creatieve intelligentie en praktische intelligentie.

Sternberg’s denkvaardigheden voor succesvolle intelligentie
Analytisch De vaardigheid die we vooral met schoolse activititeiten verbinden:

  • Inzicht
  • Logisch redeneren
  • Informatie opnemen en weergeven
  • Hoofd- en bijzaken onderscheiden
  • Denkprocessen en oplossingsrichting(en) overzien
  • Objectiviteit

Deze vaardigheden vallen vooral samen met wat bij de meeste IQ-testen gemeten wordt.

Creatief Het vermogen om veel informatie tegelijkertijd met elkaar in verband te brengen:

  • Flexibel denken
  • Inventiviteit
  • Associëren en brainstormen
  • Complexe, meerduidige informatie tegelijkertijd overzien
  • Ongewone, originele vragen stellen
  • Problemen in een ander kader plaatsen (out-of-the-box)
  • Inlevingsvermogen
  • Subjectiviteit (bijvoorbeeld esthetisch oordeel)

Het creatieve vermogen speelt een grote rol in wetenschap, kunst, probleemoplossend vermogen en samenwerking met anderen.

Praktisch Het vermogen om ideeeën concreet te maken in een maatschappelijk waardevol product:

  • Doelgericht denken en werken
  • Overzien wat bijdraagt aan het doel en wat niet
  • Zelfkennis: eigen sterke en zwakke kanten kennen
  • Overtuigingskracht
  • Teamwork
  • Plannen
  • Materiaalbegrip

Praktische vaardigheden zorgen ervoor dat (nieuwe) kennis en creatieve ideeën zichtbaar gemaakt worden in een tastbaar resultaat..

Iedereen heeft in meerdere of mindere mate elk van deze drie denkvaardigheden tot zijn beschikking, maar het is heel zeldzaam dat iemand ze alle drie even goed beheerst. De meeste mensen hebben een duidelijke voorkeur voor een, of soms twee van deze manieren van denken. Als je dus hetzelfde probleem voorlegt aan drie mensen, van wie de ene vooral tot analytisch denken neigt, de tweede tot creatief en de derde tot praktisch denken, dan zie je hoe ze tot heel verschillende oplossingen komen voor hetzelfde probleem.

Sternberg stelt dat er sprake is van “succesvolle intelligentie” wanneer er iemand in staat is om zijn vaardigheden op zowel analytisch, creatief als praktisch gebied succesvol te managen.

Wat nu?
Nu we de definitie en theorieën/modellen rondom (hoog)begaafdheid geïntroduceerd hebben, zul je je binnenkort kunnen verdiepen in de lessenreeks speciaal voor (hoog)begaafde leerlingen.

Was dit artikel nuttig? ‘Like’ het onderaan!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s