Werken in Antwerpen: Ja of nee?

Begin september werd bekend gemaakt dat België op zoek is naar Nederlandse leerkrachten om de Belgische leerkrachten te komen versterken. Met name in Antwerpen zijn er veel vacatures. Het sterk vergrijsde lerarencorps van de basisscholen in Antwerpen heeft met spoed aanvulling nodig, om de vraag naar ruim 3500 nieuwe collega’s in 2020 op te kunnen vangen. Voor dit schooljaar stonden er begin september nog 25 vacatures open.

Veel afgestudeerde pabostudenten zitten nog zonder werk, of ze vallen in. Een Vlaamse carrièremove lijkt dus aantrekkelijk, zeker voor wie in Brabant of Zeeland woont. Toch zitten er hier toch nogal wat juridische haken en ogen aan.

Volgens de stichting Participatiefonds bedroeg het aantal mensen met een werkloosheidsuitkering in het primair onderwijs op 1 augustus ruim 10.500. Van hen was ongeveer 75% leerkracht. Vorig jaar op dezelfde datum zaten ruim 7200 werknemers in deze sector thuis zonder werk. Als oorzaken worden de landelijke daling van het aantal leerlingen genoemd, krimp en de bezuinigingen van het kabinet.

Echter twijfelt Harrie van de Ven, directeur Fontys Hogeschool Kind & Educatie,  er geen moment aan dat de afgestudeerde pabo studenten zich zullen redden in het Antwerpse basisonderwijs. Volgens hem passen ze zich goed aan, zijn ze flexibel, ondernemend en hebben ze een eigen visie. “We leiden in Nederland goede leerkrachten op. Maar ik ga ze er niet intensief bij helpen, zoals mijn collega’s van andere pabo’s. Het vinden van een baan is niet de primaire taak van een opleiding: de student kiest zelf. Wel kan Fontys eventueel een rol spelen bij het ontwikkelen van de eigen vaardigheid Frans. Daarvoor hebben we voldoende expertise in huis. En uiteraard willen we studenten wel wijzen op kansen die zich voordoen op de arbeidsmarkt.” Van de Ven is positief over het opdoen van ervaring, zeker voor wie noodgedwongen thuiszit of een paar uur per week invalt. Toch verwacht hij in 2016 de meeste Antwerpengangers weer terug in Nederland, omdat hier dan naar verwachting de markt voor leraren weer gaat aantrekken.

Verschillen in arbeidsvoorwaarden
Wie in België gaat werken, valt in principe onder de Belgische regelgeving voor wat betreft belasting, pensioenen en sociale zekerheid. De verschillen met Nederland zijn soms groot. Zo zijn de salarissen in het Belgische lager onderwijs qua hoogte vergelijkbaar met de salarissen in Nederland, alleen duurt het veel langer om op het maximum van een salarisschaal te komen. Het Belgische systeem kent net als bij ons een vakantie-uitkering en een eindejaarsuitkering die eveneens niet veel afwijken van ons systeem. Daarnaast geldt speciaal voor werknemers in het onderwijs dat gedurende de eerste twee jaar belasting wordt betaald in Nederland. Daarna valt men onder de Belgische regelingen. Dat kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld aftrek van hypotheekrente en dergelijke. Wie naast zijn baan in België ook nog gedeeltelijk in Nederland werkt en het inkomen in Nederland is ten minste 25% van het Belgische inkomen, betaalt belasting in Nederland. En verder: wie in België werkt valt onder de Belgische ziektekostenverzekering. De eigen bijdragen zijn in veel gevallen aanzienlijk hoger dan in Nederland. Wie ziek wordt, moet er rekening mee houden dat al na enkele maanden het salaris teruggaat naar een percentage tussen 40 en 65% van het gebruikelijke gedrag. Welk percentage gehanteerd wordt hangt af van de burgerlijke staat en eventuele kinderen.

Wie langdurig ziek is wordt al na een jaar wel of niet arbeidsongeschikt verklaard. In Nederland is dat twee jaar. Uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid zijn lager dan in Nederland. Wie volledig werkloos wordt, heeft recht op een Nederlandse WW-uitkering, maar niet op een bovenwettelijke uitkering (BBWO). Voor wie gedeeltelijk werkeloos wordt, geldt een Belgische uitkering en ook daarvoor geldt dat die lager is dan de Nederlandse WW. Het uitkeringspercentage hangt, net als bij arbeidsongeschiktheidsuitkering, af van de burgerlijke staat en is maximaal ongeveer 60 procent. De duur van de WW daarentegen is langer dan in Nederland.

Belangrijk om te weten voor wie in België werkt is dat in Nederland geen AOW wordt opgebouwd. Men bouwt een Belgisch ouderdompensioen op, en dus geen ABP-pensioen. Het Belgische pensioensysteem is wel te vergelijken met het Nederlandse systeem. De pensioenopbouw is zelfs iets hoger dan in Nederland, maar omdat er geen AOW wordt opgebouwd is het uiteindelijk opgebouwde pensioen lager dan bij werken in Nederland. Het gemis aan Nederlandse AOW is wel vrijwillig bij te verzekeren.

Een voordeel is dat België bij de geboorte van een kind ook vaderschapsverlof kent. En dat verlof telt 10 dagen. Daarnaast geldt in België bij een onderwijsbaan dat de kosten voor woon/werkverkeer met openbaar vervoer volledig worden vergoed. Of dat ook geldt voor het reisgedeelte in Nederland is niet geregeld. Wie kostwinner is met een partner zonder inkomen of uitkering, krijgt kinderbijslag in België. Dit is meer dan in Nederland en loopt in sommige gevallen door tot 18 jaar en in een aantal gevallen (handicap, studie) tot 25 jaar! Werkt de partner wel of heeft hij/zij een uitkering, dan is een aanvulling mogelijk op de Nederlandse kinderbijslag tot het Belgische niveau.

Meer informatie kun je verkrijgen bij het Bureau Belgische Zaken van de SVB (www.svb.nl/bbz)
Antwerp

Bron: Schooljournaal CNV Onderwijs

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s