Diagnose: ADHD – ontwikkelingsvraag 4: Behandelingen

Na alle informatie over ADHD die de afgelopen dagen online is gekomen hier, rest er eigenlijk nog maar een belangrijke vraag.. Is ADHD te behandelen en hoe dan? En zijn er protocollen voor? Dat lees je hier!

Hoe wordt ADHD behandeld?
Welke behandelingen zijn er?

Op een aantal plaatsen in Nederland is het mogelijk om een kind met ernstige kenmerken van ADHD te laten testen op een mogelijk aanwezige cerebrale ontwikkelingsstoornis (kortweg ‘cos’ genoemd). Een cos is een stoornis in het functioneren van de hersenen.

In de Dr. Hans Berger Kliniek (Medisch Centrum de Klokkenberg) in Breda kan een kind met problemen in de ontwikkeling voor 5 dagen worden opgenomen voor de zogeheten cos-diagnostiekgroep. De kinderen volgen in een groep van maximaal 6 kinderen het cos-programma, een multidisciplinair diagnostiek onderzoek voor kinderen met problemen in de ontwikkeling waarbij een stoornis in het functioneren van de hersenen als oorzaak aanwezig kan zijn. Ook wordt er dan bekeken in hoeverre een neurologische aandoening gevolgen kan hebben voor de ontwikkeling van een kind.

De onderzoeken omvatten onder meer een medisch neurologisch onderzoek, een EEG, een neuropsychologisch onderzoek (concentratie en geheugen), klinisch psychologisch onderzoek (gedrag en persoonlijkheid) en kinderpsychiatrisch onderzoek, groepsobservatie en sociaal onderzoek. Op deze manier worden zowel de motoriek, de persoonlijkheid, de intelligentie, de schoolvaardigheden, het gedrag, de concentratie als het geheugen van het kind onderzocht. Bij een aantal onderzoeken kunnen de ouders eventueel aanwezig zijn, hoewel dit niet gebruikelijk is. Tussen de onderzoeken door kan het kind in een huiselijke sfeer in de groep lekker spelen, waarbij het wordt geobserveerd door de groepsleiding. Het cos-programma is bedoeld voor kinderen met hyperactiviteit, spraak- en taalproblemen, aandachts- en concentratieproblemen, houterige en onhandige motoriek en problemen in het sociaal functioneren. Kinderen kunnen voor dit onderzoeksprogramma worden aangemeld via het Riagg, de kinderarts of rechtstreeks. Bij kinderen met ernstige ADHD-problemen kan na het cos-programma behandeling in een kliniek noodzakelijk zijn. De opname kan verschillen van 6 tot 12 maanden. Tijdens deze behandeling kunnen de kinderen bijvoorbeeld naar de Berkenhofschool, een school voor speciaal onderwijs op het terrein van het medisch centrum.

Onderzoeken die vaak worden verricht
Wanneer het kind door verschillende behandelaars (multidisciplinair dus) onderzocht wordt, kan het te maken krijgen met verschillende specialisten. Behalve met door de kinderarts, de kinderpsychiater, de psycholoog of de orthopedagoog uitgevoerd onderzoek, kunnen ouders en kind te maken krijgen met de volgende veelvoorkomende onderzoeken.

Het neurologisch onderzoek
Dit bestaat meestal uit een gesprek met de ouders en het kind. De ouders vertellen hun problemen en ervaringen met het kind, het kind kan dat in eigen woorden weergeven. Hierop volgt vaak een lichamelijk onderzoek. Dit kan bestaan uit het testen van de gewrichten, de huid, de wervelkolom en de manier van lopen, ofwel het looppatroon; het meten van de schedelomtrek; het controleren van de ogen; het meten van de kracht en de spierspanning in de armen en benen; het controleren van de reflexen door het kloppen met een klein hamertje; het doen van oefeningen zoals oefeningen om het verschil tussen links en rechts aan te geven, het benoemen van de vingers en het imiteren van de bewegingen van de arts. Als aanvullend onderzoek kan er bloedonderzoek, een EEG of een CT scan gedaan worden.

Het neuropsychologisch onderzoek
Een (ontwikkelings)neuropsychologisch onderzoek bestaat uit een gesprek en een aantal tests. De neuropsycholoog test om te achterhalen of de leer- of gedragsproblemen in verband staan met een achterblijvende ontwikkeling of het niet goed functioneren van de hersenen. Het kind moet de tests meestal alleen maken, omdat de aanwezigheid van (een van) de ouders de resultaten kan beïnvloeden. Het gesprek en de tests hebben betrekking op intelligentie, geheugen, concentratievermogen, werktempo, waarneming, taal en spraak, oog-handcoördinatie (ruimtelijk inzicht) en handmotoriek. Soms krijgt het kind ook een lijst met vragen over eventuele klachten of de persoonlijkheid.

Het logopedisch onderzoek
Een logopedist onderzoekt de taal- en spraakontwikkeling van het kind. Hij of zij doet dit door middel van een gesprek, door observatie en doos tests. De logopedist let op het taalbegrip en de taalproductie. Onder dit laatste wordt eigenlijk de woordenschat, zinsbouw, uitspraak, mondmotoriek en stem verstaan.

Het motorisch onderzoek
De fysiotherapeut onderzoekt de motoriek, de manier van bewegen, van het kind. Hij of zij geeft allerlei opdrachten die te maken hebben met bewegingen. De fysiotherapeut doet soms ook een lichamelijk onderzoek met de nadruk op armen, benen en rug.

De reguliere behandeling
Tot de reguliere behandeling behoren gedragstherapie en medicatie. Bij voorkeur, zo menen veel deskundigen, allebei. Door middel van gedragstherapie moet het kind controle leren krijgen over ongewenst gedrag. Daarbij moet je niet denken aan urenlange, moeizame gesprekken met de therapeut, zoals gedaan wordt bij volwassenen, maar aan meer praktische zaken zoals het beter leren richten van aandacht en concentratie.

Gedragstherapie hoeft ook niet altijd gevolgd te worden bij de kinderpsychiater, een psycholoog of een Riagg. Het kan ook dat de kinderpsychiater verwijst naar een praktijk voor orthopedagogie, die cursussen voor zowel de ouders als de kinderen aanbiedt. Daarnaast moeten ouders ook zelf structuur bieden. Oudercursussen kunnen zelfs een goede methode zijn om meer over structuur te leren en tevens met andere ervaringen uit te wisselen.

Ritalin en andere middelen
HEt meest bekende middel dat gebruikt wordt bij ADHD is toch wel Ritalin. Het is een stimulerend middel dat valt onder amfetamine-achtige middele. Het middel werkt zo’n 3 tot 4 uur, dus daarna is een nieuwe dosis nodig. Dat kan betekenen dat een kind dus ook op school het middel in zal moeten nemen.

Er is echter ook een ander medicijn met dezelfde stof, maar die vertraagd wordt afgegeven. Hiermee bedoelen we Concerta. Dit middel heeft door de trage afgifte van het werkende stofje dat in beide mediccijnen zit, het voordeel dat het maar één keer per dag ingenomen hoeft te worden. Het is wel duurder dan Ritalin en het wordt nog niet door alle ziektekostenverzekeraars vergoed. Dat speelt vaak ook mee voor ouders om voor een bepaald medicijn te kiezen.

Beide medicijnen zijn geen geneesmiddelen. Het kalmeert alleen de hyperactiviteit en kan de concentratie daarmee verbeteren. Omdat er bij ADHD sprake is van een onvoldoende werking van het remsysteem in de hersenen, kan Ritalin gebruikt worden, want die stimuleert de werking van het remsysteem. In de zenuwcellen die de (gedrags)impulsen moeten afremmen is bij kinderen met ADHD mogelijk te weinig dopamine beschikbaar. De cellen kunnen hun boodschappen dan niet goed doorgeven. Door een stoornis in de receptoren binnen de cellen wordt de dopamine niet doorgegeven, maar teruggenomen in de cel. Ritalin blokkeert de heropname van dopamine, zodat er meer dopamine beschikbaar is voor de signaaloverdracht. Doordat zo de signaaloverdracht verbetert, kan het kind zijn impulsen beter beheersen en wordt het gedrag minder druk. Er wordt als het ware eerst gestimuleerd, waarna de rem wordt gebruikt. Ook andere chemische stoffen die betrokken zijn bij de overdracht van deze prikkels, ook wel neurotransmitters genoemd, kunnen reageren op het gebruik van een middel dat de hersenen stimuleert.

Over het algemeen reageert de meerderheid van de mensen met ADHD, zo’n 75%, goed op Ritalin. Het medicijn werkt op de hyperactiviteit of onrust, concentratiestoornissen, prikkelbaarheid en impulsiviteit, maar ook klachten als spanning of somberheid kunnen afnemen. Natuurlijk heeft ook Ritalin bijwerkingen, zoals minder slaap, minder eetlust, hartkloppingen, nervositeit of een gejaagd gevoel in het begin van de therapie. Een kleine 10% van de gebruikt haakt vanwege dit af. Sommige ouders vinden hun kind enorm veranderd door het gebruik van Ritalin. Maar na enkele weken worden de bijwerkingen minder ernstig.

Er is ook een ander middel, waarin geen methylfenidaat wordt gebruikt zoals bij Ritalin, maar met dexamfetamine. Dit is een stimulerend middel. Sommige kinderen krijgen een middel voorgeschreven dat tot de antidepressiva behoort, een middel tegen depressie. Het gaat om kinderen die in feite minder goed reageren op stimulerende medicijnen, of die bijvoorbeeld ook angststoornissen hebben. Daarnaast zijn er nog andere middelen zoals bijvoorbeeld desipramine, een antidepressiva die onrust, prikkelbaarheid en impulsiviteit aanpakt, maar niet de concentratie verbetert. Soortgelijke antidepressiva zijn imipramine en nortriptyline. Een ander middel is clonidine, dat eigenlijk bekend is als een antihogebloeddrukmiddel en antimigrainemiddel. Dit middel werkt op verschijnselen als hyperactiviteit, impulsiviteit en agressief gedrag, maar is minder sterk dan Ritalin. Het kan op de concentratie werken, maar niet altijd. Dit middel is echter wel ooit negatief in het nieuws gekomen, dus Ritalin is veiliger bekend dan dit middel en is dan ook de eerste keus bij ADHD.

Melatonine
Omdat er bij het gebruik van Ritalin ook slaapproblemen kunnen optreden, wordt er ook vaak melatonine voorgeschreven. Het gaat dan om de zwaardere vorm die alleen op recept te krijgen is, niet degen die je bij de drogist koopt in lagere vormen.

Zijn er protocollen voor kinderen met ADHD?
Bij 60% van de kinderen met ADHD en/of ODD (opstandig en driftig gedrag) kan voeding de oorzaak zijn van de gedragsproblemen. Dit is gebleken uit een wetenschappelijk onderzoek naar de effecten die een dieet heeft, het RED-dieet (RED = Restricted Elimination Diet), op ADHD en ODD.

Om te onderzoeken of voeding de oorzaak is van ADHD is meer nodig dan alleen een dieet: het RED-dieet wordt daarom alleen maar toegepast als onderdeel van een speciaal onderzoeksprotocol, namelijk het PVG-protocol. PVG staat voor Pelsser Voeding en Gedrag. Het PVG-protocol is ondertussen door het NJi erkend als bewezen effectieve interventie bij kinderen met ADHD.

Het PVG onderzoek wordt uitgevoerd in de Pelsser RED Centra. Hier werken artsen en andere hulpverleners die speciaal opgeleid zijn tot RED-specialist, waardoor je verzekerd bent van een kwalitatief hoogstaand onderzoek, met wetenschappelijk bewezen en zeer goede resultaten. De cijfers van de Pelsser RED Centra laten zien dat ook bij toepassing in de praktijk ruim 60% van de kinderen met ADHD en/of ODD na deelname aan het PVG-protocol geen ADHD en/of ODD meer heeft. Aangezien het voorkomen van de gedragsproblemen (met behulp van dieetaanpassingen dus) beter is dan het onderdrukken van de problemen in het gedrag met medicijnen, is het voor elk kind met ADHD belangrijk om te laten onderzoeken of voeding wellicht de oorzaak is van de problemen.

Op dit moment zijn er in Nederland 2 centra waar het PVG-protocol wordt gehanteerd, namelijk in Eindhoven en in Rotterdam. Ook in Haarlem en Nijkerk komen nog 2 centra. Het PVG-protocol is eigenlijk het enige échte protocol dat wordt gehanteerd bij de diagnose ADHD.

Zijn er materialen die het kind kunnen leren om te gaan met ADHD?
Eigenlijk zijn er vrij weinig materialen voor het kind zelf om om te leren gaan met ADHD. Er zijn flink wat materialen die de mensen in de omgeving helpen in de omgang met het kind met ADHD. Zo bestaan er bijvoorbeeld agenda’s en dagplanners, die je gratis kunt downloaden. Deze agenda’s en dagplanners zijn vooral handig voor leerlingen met ADHD die last hebben van organisatieproblemen.

Daarnaast zijn er stappenplannen, beloningskaarten, lijsten etc. ontworpen door Uitgeverij Pica (zij zijn o.a. van ‘ongewild lastig’). Deze methoden zijn ook goed in te zetten ter bevordering van het gedrag en stimulans/motivatie van de betreffende leerling.

Ook gebeurt het regelmatig bij kinderen met ADHD dat het zo druk wordt in hun hoofd, dat alleen een planner niet helpt. Het moet visueel worden voor ze. Maar hoe maak je het visueel? Daar zijn pictogrammen voor, van Sclera. Sclera heeft een uitgebreid bestand aan zwart-wit pictogrammen die je gewoon gratis kunt downloaden en kunt aanpassen op het kind. De pictogrammen zijn veelomvattend en zowel thuis als op school inzetbaar. Het gebeurt dan ook regelmatig dat ouders ook om pictogrammen zullen vragen voor thuis. Dit is handig omdat het kind dan ook daar leert werken met pictogrammen en dit kan voor een zekere rust zorgen.

Dit was het laatste deel in de artikelen-serie van Diagnose: ADHD.

Was dit artikel nuttig? ‘Like’ het onderaan!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s