Diagnose: ADHD – ontwikkelingsvraag 2: Signalen, in gesprek en aanpassen

In dit artikel lees je meer over ADHD en de signalen. Maar ook hoe je in gesprek gaat met een kind dat ADHD heeft en met de ouders. Daarnaast lees je ook hoe je je eigen handelen kunt aanpassen zodat een kind met ADHD zich veilig voelt.

Hoe herken ik ADHD en wat kan ik eraan doen?
Welke signalen zijn er die ik als leerkracht op kan pikken?
Een vaste leerkracht die weet wat er met een kind aan de hand is en het kind positief blijft benaderen is een onmisbaar punt in het netwerk rond het kind met ADHD. Wisselingen van leerkrachten zijn dan ook juist voor deze kinderen heel vervelend. Helaas heeft het basisonderwijs vaak te kampen met problemen als ziekte- of zwangerschapsverlof, waardoor een kind een deel van het jaar met wisselende leerkrachten te maken kan krijgen. Dat kan zijn uitkomst hebben als een extra handicap bij het zo normaal mogelijk meedoen in de klas.

De kenmerken van ADHD kunnen het leren en klassikaal werken al behoorlijk de weg zitten. Snel afgeleid zijn, niet luisteren wanneer de leerkracht rechtstreeks tegen het kind praat, werk niet afmaken en taken zelfs vermijden komen veel voor. Net als moeite hebben met op de beurt wachten, een slechte planning of het storen van andere kinderen eigenlijk. Natuurlijk zit ook de hyperactiviteit het goed meedoen in de klas in de weg. Het is daarom belangrijk dat ouders en leerkracht veel contact hebben. De ouders moeten hun zorgen over hun kind kunnen bespreken en de leerkracht moet begrijpen waarom het kind niet netjes op zijn stoel kan blijven zitten of wacht tot iemand uitgepraat is.

Signalering door de leerkracht
Als een kind alsmaar druk gedrag vertoont, snel afgeleid is, vaak van zijn plaats opstaat of andere kenmerken van ADHD vertoont, kan de leerkracht misschien als een van de eersten in de omgeving van het kind aan ADHD denken. Hij of zij maakt het kind ook 5 dagen in de week mee en heeft daarom ook alle gelegenheid het gedrag van het kind te observeren en in kaart te brengen. De leerkracht ziet ook welke vaardigheden het kind beheerst en of er problemen zijn met de motoriek, of dat er sprake is van taal- of rekenproblemen. Ook kan het opvallen dat de uitslag van een toets geen overeenkomsten heeft met het gedrag en de prestaties van andere kinderen in de klas. Dit kan duiden op aandachtstekort bij het kind. De aandacht kan zelfs nog extra afnemen wanneer de te lezen tekst totaal niet aanspreekt. Een leerkracht is echter geen ADHD deskundige en kan dan ook nooit de diagnose ADHD stellen!

Communicatie met de school
Wanneer de ouders zelf al weten dat het kind ADHD heeft, is het belangrijk dat de leerkracht goed op de hoogte wordt gebracht van gebeurtenissen e.d. Een goede communicatie tussen ouders en de school is juist bij ADHD erg belangrijk, omdat overleg en samenwerking tussen ouders en school vooropstaan. Het is belangrijk dat de leerkracht weet dat het kind ADHD heeft, weet welke behandeling het kind krijgt (medicijnen, gedragstherapie of iets anders), bereid is zelf kennis van en inzicht in ADHD te verwerven en bereid is tot veel herhalen en steeds opnieuw ‘voorprogrammeren’ van het kind. Ook is het erg belangrijk dat de leerkracht er zoveel mogelijk voor zorgt dat er orde en rust is in de klas en goed laat zien wanneer het kind wel aandacht mag vragen. Ook het geven van één opdracht tegelijk is belangrijk, maar ook duidelijke takenlijstjes, niet snel boos worden, niet alleen maar straffen maar ook belonen (bijvoorbeeld complimenten) en weten hoe het kind reageert op kritiek en straf.

Het allerbelangrijkste is misschien wel dat de leerkracht het kind moet blijven waarderen, ondanks het drukke gedrag.

Ga ik in gesprek met het kind over eventueel storend gedrag, en hoe doe ik dit?
Voordat je met een kind met ADHD in gesprek gaat over zijn storende gedrag is het belangrijk dat je je goed voorbereid. Om een zo objectief mogelijk beeld te krijgen kun je daarom de volgende vragen proberen te (laten) beantwoorden. Het woord ‘laten’ staat er niet voor niets. Soms kun je beter iemand van buitenaf laten kijken naar het probleem omdat je op een gegeven moment zelf niet meer helemaal objectief kunt zijn. Uiteraard zijn er ook argumenten te bedenken waarom je beter zélf kunt kijken. Dit moet je dan ook helemaal voor jezelf uitmaken. Je kunt de volgende dingen proberen te achterhalen:
– Welk concreet gedrag laat het kind zien?
“Het kind doet nooit iets” is daarbij niet concreet genoeg. Er is namelijk een behoorlijke kans dat het kind niet aan zijn schoolwerk is, maar wel een andere interessante(re) bezigheid heeft gevonden. Probeer dus te achterhalen wat dat dan is.
– Wanneer laat het kind het gedrag zien?
“Altijd” is hierbij geen optie. Denk hierbij aan de mogelijkheden zoals: als we net binnen zijn, na een kwartiertje werken, als ik met mijn rug naar de groep sta, als ik andere kinderen iets uitleg, etc.
– Bij welke lessen speelt het ongewenste gedrag een rol?
Bij rekenen wel en bij de gym bijvoorbeeld niet. Of is het andersom? In het uitvinden van deze vraag kan misschien wel een deel van de oplossing liggen.
– Zijn er situaties waarin het gedrag niet voorkomt?
We zijn vaak geneigd te kijken naar waar het misgaat. Als je echter weet wanneer het probleemgedrag zich niet voordoet, kan daar het aangrijpingspunt liggen voor een uitbreiding van het gewenste gedrag.
– Hoe vaak komt het voor?
2 keer per dag of 2 keer per 5 minuten? Overigens zegt de frequentie niet alles over de last die het gedrag oplevert. Twee keer op een dag iemand keihard schoppen is in aantal niet zoveel, maar is misschien wel ernstiger dan 2 keer per 5 minuten achterstevoren op de stoel zitten.
– Hoe lang is het gedrag al aanwezig?
Begon het toen je de groep kreeg of was het daarvoor al? Begon het al in de peuterspeelzaal of begon het pas toen de ouders bijvoorbeeld uit elkaar gingen?
– Wat zijn de gevolgen voor de omgeving (klasgenoten, leerkracht) van het kind?
Welke hinder ondervindt je er zelf van? En de kinderen in je klas?
– Zijn er factoren in de omgeving die het gedrag uitlokken of versterken?
Hierbij kun je denken aan lachende klasgenootjes, maar ook aan de boze preek van de juf of meester. Ook de plaats in de klas kan bepaald gedrag uitlokken.

Al deze vragen kun je tot je nemen en gebruiken als ondersteuning van je gesprek. Het is zeker van belang om met het kind in gesprek te gaan over zijn storende gedrag.

Ga ik in gesprek met de ouders over vermoedens, en hoe doe ik dit?
Op school vallen ADHD leerlingen op tegenover andere kinderen. Vooral in de klas zelf is dit vaak duidelijk merkbaar. Het zijn beweeglijke leerlingen die zich niet kunnen concentreren op hun taak. Ze zijn met van alles en nog wat bezig, behalve waar ze mee bezig horen te zijn. Het gebeurt bij ADHD leerlingen regelmatig dat ze door de klas roepen voordat de vraag gesteld is, ze verstoren klasgenoten vaak die net aan het werk zijn en veelal hangen ze de clown uit.

Leerkrachten spelen een grote rol in het signaleren van ADHD. Bij het afnemen van belangrijke (eind)toetsen en het screenen van de sociaal-emotionele ontwikkeling zullen een aantal dingen bijvoorbeeld opvallen, als een leerling ADHD kenmerken vertoont en de leerkracht een vermoeden heeft van ADHD, zal de leerkracht contact openmen met bijvoorbeeld de IB’er. Een veel voorkomende volgorde is dat er een signaleringsperiode volgt middels signaleringslijsten. Vervolgens wordt er aan de hand van de signaleringslijsten een gesprek met de ouders gepland op het vermoeden van ADHD over te brengen. Het is dus belangrijk dat je goed onderzoek hebt gedaan voordat je ouders vertelt over je vermoedens. Veel ouders zullen aangeven dat ze de problemen herkennen en schakelen zelf al over naar professionele hulp. Helaas gaat dat niet altijd zo, en kan het een lastiger gesprek worden. Toch moet dit gesprek gevoerd worden. Deze ouders zullen het niet eens zijn met de aangegeven problematiek van hun zoon of dochter. Dit zal zijn omdat zij het niet (willen) herkennen.

Het is daarom ook belangrijk dat er een goede relatie tussen school en thuis is opgebouwd en deze netjes wordt onderhouden. Dit is nu eenmaal nodig om leerlingen zo optimaal mogelijk te kunnen begeleiden. Als ouders de gedragskenmerken van de signaleringslijsten niet herkennen, is het aan te raden om vaker gesprekken te plannen en de signaleringsperiode te verlengen. Het signaleren van ADHD kenmerken bij leerlingen is enorm belangrijk. Leerkrachten geven regelmatig de doorslag voor ouders om verder te zoeken naar hulp. Zeker wanneer ze zelf al vermoedens hadden. Dit kan dan ook al een goede reden zijn om met de ouders je vermoedens te bespreken. Echter, een vermoeden hoeft nog niet te leiden naar een daadwerkelijke diagnose. ADHD  kenmerken kunnen namelijk ook een relatie hebben met andere gedragsproblemen of problemen in de thuissituatie. Sterker nog, soms zijn er helemaal geen verklaarbare redenen. Daarom,e en ADHD leerling mag pas een ADHD leerling genoemd worden wanneer deze ook daadwerkelijk gediagnosticeerd is als ADHD leerling.

Hoe kan ik een zo fijn mogelijk klimaat creëren voor kinderen met ADHD?
Structuur aanbieden
Ouders van drukke, hyperactieve kinderen krijgen vaak goede raad te horen zoals: “je moet je kind structuur bieden”. En sommige raadgevers voegen daar nog een oude, maar tegenwoordig weer vaak genoemde opvoedregel aan toe: “denk aan de 3 R’en”. Dit gaat om Rust, Reinheid en Regelmaat. Maar wat is structuur en hoe ver moet je daarin gaan? Structuur heeft vooral te maken met ordening en indeling. De dag moet structuur hebben, logisch worden geordend, en er moeten duidelijke regels zijn voor het kind.

Dingen moeten op hun plaats vallen voor de kinderen. Alles moet overzichtelijk zijn, geen chaos. Dat is vooral lastig als blijkt dat een van de ouders zelf ook de kenmerken van ADHD heeft. Een rommelige dagindeling kan een kind met ADHD nog drukker maken. Echter, regels zijn er om vanaf te wijken: het moet dan wel duidelijk zijn dat het om een uitzondering gaat. Uitzonderingen worden alleen door een kind als een uitzondering herkend als de regels al bekend en vertrouwd zijn. En dan nog bestaat er een risico dat een kind met ADHD een inbreuk op die regels niet zal accepteren. Sommige kinderen met ADHD kunnen gewoon erg rigide reageren en die verras je dus helemaal niet met onverwachte uitstapjes of visite die gezellig even langs komen.

Structuur betekent ook dat de taken die je het kind oplegt ordent. Dus niet zomaar in een keer drie dingen tegelijk vragen, maar taken aanbieden in stapjes.

Structuur: in taal, tijd en ruimte
Ervaringsdeskundige Dory Derks zegt het al: “Structuur is meer dan een dagindeling met vaste punten zoals om 8 uur opstaan, om 6 uur avondeten en om 8 uur naar bed”. Zij verzorgt ouder-en-kindcursussen en geeft voorlichting op scholen. Bovendien biedt zij naar Amerikaans voorbeeld als ‘coach’ praktische hulp aan huis in gezinnen waar ADHD voorkomt. Maar structuur zit ook in je taalgebruik. Ben je wel duidelijk? Begrijpt het kind wat je zegt? En structuur vindt je in tijd. Er is een begin- en een eindtijd voor activiteiten. Structuur heeft ook te maken met de ruimte in het huis. Heeft het kind een eigen kamer of een rustig werkplekje? Dit is waar Dory Derks mee helpt. Er moet een rode draad ontstaan voor de ouders. De rode draad is samengesteld uit 2 dunnere draden: informatie en structuur. Allereerst moeten ouders of leerkrachten goed geïnformeerd zijn over ADHD. Pas als je ADHD begrijpt, begrijp je de consequenties. Kennis en begrip voor ADHD kunnen voorkomen dat er een negatieve spiraal ontstaat en alleen de negatieve kanten van het kind nog maar belicht worden. In de tweede plaats heeft de rode draad te maken met structuur, regels en regelmaat. De regels zijn voor jezelf misschien heel duidelijk, maar voor een kind met ADHD hoeft dat niet zo te zijn. Duidelijkheid is echt hard nodig. Veel ouders hebben het gevoel dat ze tegen een muur praten. Medicijnen met een dempende werking kunnen dat gevoel zelfs vergroten, de muur rond het kind wordt dan dikker. Aan de andere kant kunnen mededelingen die voor de ouders zelf helemaal duidelijk zijn, voor een kind nog veel duidelijker worden geformuleerd.

Complimenten
Er moet ook regelmatig aan complimenteren gedacht worden. Veel ouders zijn daar erg zuinig mee, bij elk kind overigens. Het geven van negatieve feedback ligt gewoon meer voor de hand dan het zeggen van iets goeds.

Humor gebruiken
Het is normaal dat ouders weleens enorm boos worden op het verkeerde moment. Bij een kind met moeilijk gedrag kun je nu eenmaal niet altijd net zo begripvol of vriendelijk zijn als de therapeut is, zeker niet als jij elke dag met dat gedrag te maken hebt. Toch gaat het vaak beter als je een kind met veel humor en grapjes terechtwijst. Voor een buitenstaander is dat over het algemeen gemakkelijker dan voor de ouders.

Time-out voor beiden
Het gebruik van een time-out wil vaak nog wel helpen. Het kind wordt in een aparte ruimte gezet als hij door het dolle heen is, niet wil luisteren of nodig even moet afkoelen. Dat hoeft helemaal niet lang te duren, enkele minuten is vaak genoeg. Als de time-out niet werkt moet je iets anders verzinnen.

Een time-out kan ook voor jezelf hard nodig zijn. Sommige ouders moeten gewoon de kamer uit om uit de buurt van hun kind tot tien te kunnen tellen. Die paar minuten zijn voor ouders echter niet genoeg.

Een juiste schoolkeuze
Een hyperactieve leerling is gebaat bij een school met een duidelijke structuur en duidelijke regels. Als je op zoek bent naar een geschikte basisschool voor je kind met ADHD moet er op een aantal punten gelet worden, maar voornamelijk punten als structuur, regels, overzichtelijkheid, orde(problemen), aantal leerkrachten en hun ervarenheid zijn belangrijk. Voor ouders van een kind met ADHD zijn deze punten in eerste instantie belangrijker dan de punten waar andere ouders misschien naar informeren.

Huiswerk maken
Wanneer de basisschool in de hoogste groepen huiswerk opgeeft, is dat voor ouders van een kind met ADHD vaak een nieuw struikelblok. In veel gezinnen met schoolgaande kinderen draaien de grootste dagelijkse problemen om 3 steeds terugkerende punten:
– op tijd op school zijn;
– het huiswerk;
– de kamer die altijd ‘een troep’ is.
Veel ouders, dus ook van kinderen zonder ADHD, hebben de neiging sterk boven op het huiswerk te gaan zitten en voortdurend te informeren of het kind nu al begonnen is of dat het werk zelfs al af is. De school moet weten welk huiswerk ze het kind kan aanbieden en wat haalbaar is voor het kind. Het kan nodig zijn dat er voor het kind met ADHD een uitzondering gemaakt wordt en het andersoortig huiswerk krijgt dan de rest van de klas. Al te vrije opdrachten, met keuzemogelijkheden, werken meestal niet.

Meer weten over ADHD en wat dit doet voor de verschillende ontwikkelingen? Of wat het met het kind zelf doet en weten of het kind hier zelf mee zit? Dat lees je in het volgende artikel van Diagnose: ADHD!

Was dit artikel nuttig? ‘Like’ het onderaan!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s