Diagnose: ADHD – ontwikkelingsvraag 1: het leren kennen van ADHD

In dit artikel over ADHD zul je meer lezen over wat ADHD is en welke vormen er zijn. Ook kun je hier lezen wanneer de diagnose gesteld dient te worden en waar er hulp gevonden kan worden. Uiteraard wordt er ook ingegaan op de gedragsuitingen die horen bij ADHD.

Allereerst een uitstapje naar de hoofdvraag: “Hoe herken ik mogelijk ADHD gedrag en hoe kan ik hier het beste op anticiperen?”
ADHD is een veelomvattend begrip en er is dan ook niet één duidelijk antwoord te geven op de gestelde hoofdvraag. Om er een zo goed mogelijk antwoord op te geven heb ik een aantal vragen die uit de hoofdvraag voortkomen van een antwoord voorzien waarin de belangrijkste informatie staat en die gezamenlijk een antwoord zullen gaan geven op de hoofdvraag. In de komende artikelen lees je hier over. Het is uiteraard mogelijk dat er meerdere antwoorden zijn op een bepaalde vraag, echter hen ik gekozen voor de antwoorden die het dichtst bij mijn handelen liggen zoals ik dat geleerd heb op de Pabo.

De deelvragen gaan in op wat ADHD precies is en in welke vormen het voorkomt, hoe het te herkennen is, wat je als leerkracht voor een kind met ADHD kunt betekenen, hoe je met het kind en eventueel ouders in gesprek gaat, waar je hulp kunt vinden voor de diagnose maar ook voor de omgang met het kind, en ook hoe je je eigen handelen op een juiste manier aanpast zodat je het kind met ADHD op een goede manier kunt benaderen en een fijn schoolklimaat kunt bieden.

Ontwikkelingsvraag 1: Wat is ADHD?
ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Beter gezegd is het een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (oftewel overbeweeglijkheid). Aandachtstekort wil zeggen dat de concentratie zwak is, wat vooral zijn weerslag zal vinden op school en daar steeds meer problemen kan opleveren. Voor het gemak wordt er ook wel gezegd dat de afkorting ADHD staat voor ‘Alle Dagen Heel Druk’. Dit is op de meeste kinderen met ADHD wel van toepassing, maar het hoeft niet altijd zo te zijn.

Er is namelijk een groep waarvoor dit niet opgaat. Dat zijn de kinderen die wel ADHD hebben, maar geen last hebben van hyperactiviteit. Dit noemen we dan ADD, Attention Deficit Disorder. Dus zonder de H van Hyperactivity.

In het Amerikaans-Engels wordt de term ADD soms overkoepelend gebruikt voor alle aandachtstekortstoornissen, zowel met of zonder hyperactiviteit. Hier in Nederlands spreken we voornamelijk van ADHD en meestal wordt daarmee het 3e type van ADHD bedoeld, degene met aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit.

Wanneer wordt de diagnose ADHD daadwerkelijk gesteld?
Hyperactief of ADHD?
Ieder kind is wel eens druk, lastig of snel afgeleid. Het is normaal dat kleine kinderen overmatig beweeglijk zijn, op hun stoel draaien of voor hun beurt praten. Dat wil echter nog niet zeggen dat het kind dan ook meteen ADHD heeft. Rennen en vliegen, druk en veel praten, steeds maar weer van tafel opstaan.. Het kán op ADHD wijzen, maar dat hoeft helemaal niet.

Bij ADHD wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende typen:
Type 1: Alleen (of voornamelijk) aandachtsproblemen, zonder hyperactiviteit en impulsiviteit, ook wel ADD genoemd. De kinderen van dit type vallen bijvoorbeeld op doordat zij dromerig, afwezig of apathisch gedrag vertonen. Dit gedrag zien we over het algemeen als minder storend dan het drukke gedrag van de kinderen van de andere typen.
Type 2: Alleen (of voornamelijk) impulsiviteit en hyperactiviteit, maar dan zonder aandachtsproblemen.
Type 3: De combinatie van aandachtsproblemen, impulsiviteit en hyperactiviteit. Dit is wat we meestal echt bedoelen met ADHD.

Hyperactief gedrag is nog geen ADHD
Hyperactief (overmatig druk) gedrag kan veel andere oorzaken hebben dan ADHD. Voorbeelden van andere oorzaken:
– Hyperactiviteit die bij de leeftijd hoort: een klein kind kan nu eenmaal minder goed stilzitten dan een al wat ouder kind;
– Niet goed kunnen horen (auditieve stoornis);
– Niet goed kunnen zien (visuele stoornis): zowel niet goed kunnen horen als niet goed kunnen zien, kunnen leiden tot rusteloosheid of overbeweeglijk gedrag en tot opvallende onhandigheid;
– Een achterstand in de geestelijke ontwikkeling;
– Gedragsveranderingen als bijwerkingen van medicijnen: dit komt bijvoorbeeld voor bij sommige medicijnen die bij astma worden gebruikt;
– Een stofwisselingsziekte, bijvoorbeeld een te hard werkende schildklier;
– Een niet-aangeboren hersenaandoening, bijvoorbeeld na een ernstige val of een verkeersongeluk (trauma, ADHD wordt, net als autisme en dyslexie, gezien als een aangeboren hersenaandoening en niet als een verworven aandoening);
Stress door welke oorzaak dan ook.

Hoe wordt de diagnose gesteld?
Er zijn (nog) geen laboratoriumtests om te checken of iemand – zowel kinderen als volwassenen – ADHD hebben. Ook met bloedonderzoek of hersenonderzoeken valt dit nog niet te ontdekken. De enige manier waarop het momenteel mogelijk is om de diagnose ADHD te stellen is door goed naar het gedrag van het kind te kijken, ofwel observeren en navraag doen bij ouders en bijvoorbeeld de leerkracht.

Er zijn al veel deskundigen die de diagnose ADHD stellen. Soms komen de ouders niet verder dan de huisarts, maar over het algemeen wordt men wel doorverwezen door de huisarts. De doorverwijzing geldt dan bijvoorbeeld voor een kinderarst, (kinder)neuroloog, (kinder)psychiater, (gezondheids)psycholoog of het riagg. Het kan zijn dat één persoon de diagnose al kan stellen, maar er bestaat ook een mogelijkheid dat daar een heel team voor komt kijken.

Wanneer we het hebben over de duur van dit traject is ook hierop het antwoord enorm verschillend. Degene die de diagnose stelt en het kind observeert, gaat meestal te werken volgens een onder artsen bekend en veelgebruikt classificatiesysteem, ofwel de DSM (Diagnostic Statistic Manual of Mental Disorders). Dit psychiatrisch handboek ordent in feite psychiatrische stoornissen en beschrijft de kenmerken ervan. Meestal wordt de DSM-IV gebruikt. Dit is de 4e herziene versie, die ondertussen alweer uit 1994 dateert.

De criteria waaraan een kind moet voldoen voordat je over de kenmerken van ADHD kunt spreken zijn eigenlijk bij velen wel bekend. Hoewel ze wel afkomstig zijn uit een officieel psychiatrisch handboek zijn ze in een wat meer aan de kenmerken bij kinderen aangepaste versie een eigen leven gaan leiden. De DSM kan namelijk ook bij volwassenen ingezet worden. Op internet kun je de kenmerken veelal al zonder bronvermelding vinden. Dus zo gezegd kan iedere leek een lijstje van het internet pikken en aan de hand van slechts enkele symptomen het etiket ADHD op een kind plakken wat toevallig druk of lastig is. Dit is echter niet de bedoeling natuurlijk.

Uiteraard zullen ouders, onderwijzers en andere familieleden een of meer van de symptomen bij een kind herkennen. Maar iedereen is wel eens slordig, verliest voorwerpen of praat voor zijn beurt. Dit hoeft dan nog geen ADHD te zijn. Het gaat bij de criteria voor ADHD niet zomaar om enkele symptomen, maar wel om zes of meer van de symptomen van aandachtstekort én zes of meer symptomen van hyperactiviteit/impulsiviteit. De symptomen moeten ook minstens 6 maanden aanwezig zijn en bovendien niet passend zijn voor het verstandelijk niveau van het kind.
ADHD
Bovendien is het zo dat de problemen moeten zijn begonnen voor het zevende levensjaar en moeten de symptomen zich in meerdere situaties voordoen. Dit geldt dus niet alleen voor thuis of alleen op school. Er moeten duidelijke aanwijzingen zijn voor verslechteringen in het sociaal functioneren of het functioneren op school. Deze symptomen mogen niet uitsluitend optreden tijdens de duur van een pervasieve stoornis, schizofrenie of een andere psychotische stoornis, en ze kunnen niet beter verklaard worden door een andere mentale stoornis.

De ADHD kenmerken kunnen wel naast andere kinderpsychiatrische problemen voorkomen. Daarom is het belangrijk dat er wordt vastgesteld of de kenmerken van ADHD oorzaak of gevolg zijn van de problemen en of er misschien sprake is van andere (psychiatrische) stoornissen, die naast elkaar optreden. Dit laatste noemen we comorbiditeit.

De concentratie van een kind hoeft niet onder alle omstandigheden even slecht zijn. Een kind dat in de klas constant met andere dingen bezig is dan bij de les zijn, kan zich in een andere situatie misschien wel heel goed concentreren. Dart blijkt ook weer in testsituaties. Een kind dat in de klas snel voor zijn beurt reageert uit impulsiviteit, kan tijdens een test in het laboratorium veel nauwkeuriger reageren. Klaarblijkelijk kan een impulsieve reactie wel worden uitgesteld, maar daar moet dan wel een dergelijke beloning tegenover staan in de vorm van extra aandacht van de proefleider. Deskundigen die deze diagnose stellen zijn bekend met dit verschijnsel. Wie de criteria voor de diagnose ADHD bekijkt, komt tot de conclusie dat het hier vooral gaat om de optelsom van een aantal kenmerken. Over de achterliggende oorzaak van ADHD zeggen deze symptomen echter nog niets. Hier wordt nog onderzoek naar gedaan.

Inmiddels is het duidelijk geworden dat er sprake is van een erfelijke aanleg. Vaak hebben meer leden van het gezin of de familie er last van. De erfelijke aanleg is verantwoordelijk voor het anders functioneren van de hersenen van kinderen met ADHD. Die erfelijke aanleg komt niet bij ieder kind tot uiting. De omgeving lijkt hierbij ook een belangrijke rol te spelen. De vraag is dan ook in hoeverre omgevingsfactoren medebepalend zijn voor het tot uiting komen van ADHD.

Omdat ADHD niet aan te tonen is met bloedtests en neuroscans, wordt er ook veel gewerkt met vragenlijsten. Een voorbeeld hiervan is de VvGK, ofwel de Vragenlijst voor Gedragsproblemen bij Kinderen. Een juiste diagnose is heel belangrijk voor het aanmeten van een juiste behandeling. Een kind met PDD-nos, kan net als een kind met ADHD heel druk zijn, maar is bijvoorbeeld zelden gebaat met Ritalin. Ook vraagt een kind met ADHD om een ander type socialevaardigheidstraining dan een kind met PDD-nos.

Het wetenschappelijk onderzoek richt zich steeds meer op het onderzoek naar de afwijkende genen die verantwoordelijk kunnen zijn voor ADHD en op de afwijkingen in de hersenen van mensen met ADHD. Onderzoek met speciale hersenscans heeft al aangetoond dat de hersenen van kinderen met ADHD tijdens cognitieve taken (ofwel de leeropdrachten) anders werken dan bij andere kinderen. Bovendien bleek uit ditzelfde onderzoek dat het bij ADHD meest voorgeschreven medicijn, Ritalin, een verschillend effect heeft op kinderen met en zonder ADHD. Dit was een kostbaar en arbeidsintensief wetenschappelijk onderzoek en wordt niet ingezet bij het stellen van de diagnose, maar het kan misschien wel verklaren waarom het ene kind wel gebaat is bij Ritalin en het ander niet.

Waar kan ik hulp vinden met betrekking tot de diagnose ADHD?
Om de diagnose ADHD te krijgen voor een kind, kun je in feite gewoon naar de huisarts. Elke arts is bevoegd om een diagnose te stellen. Echter, niet iedereen doet het. Dit heeft te maken met de verschillende stappen die doorgenomen moeten worden.

Zo is er de DSM. De DSM is in feite een turflijst van allerlei gedragingen. De DSM doet geen uitspraken over oorzaken van bepaald gedrag of de juiste behandeling van dit gedrag. Over het gebruik van het woord ‘diagnose’ na enkel het beschrijven van het gedrag met betrekking tot de DSM, valt wel wat af te dingen.

Het is niet altijd even makkelijk om het goede type te bepalen. De overgangen tussen de verschillende typen verlopen nogal vloeiend. Ook de verschillen in de combinaties van eigenschappen per individu spelen mee. Jongens met ADHD bijvoorbeeld, kampen vaker met hyperactiviteit, impulsiviteit en gedragsproblemen. Bij meisjes met ADHD is het wat vaker het ADD type.

Elke arts is dus bevoegd om de diagnose ADHD te stellen, maar de stoornis wordt normaal gesproken toch vastgesteld door een psychiater, psycholoog of orthopedagoog met in ieder geval een basisaantekening psychodiagnostiek (ook wel BAPD). Deze mensen zijn dan specifieker hiervoor opgeleid. Let op: alleen een arts is bevoegd om eventueel medicatie voor te schrijven. Voor het diagnosticeren kunnen verschillende tests en observaties worden gebruikt, want er bestaat geen standaardtest.

Als we de huidige inzichten geloven komt ADHD bij zo’n 3 tot 5% van de kinderen voor en bij zeker 1% van de volwassenen. Bij ADHD spelen ook de erfelijke elementen een rol. Het komt regelmatig voor dat er ook bij een van de ouders ADHD is geconstateerd, of wel aanwezig is maar nog niet vastgesteld. In het verleden werd ADHD bij kinderen vaak niet onderkend. Voor zover dat het geval was, was men over het algemeen van mening dat de symptomen vanzelf wel weer zouden verdwijnen. Het kon toen dus ook niet zo zijn dat ADHD voorkwam bij volwassenen. Dit blijkt in zeer beperkte mate toch het geval te zijn. De symptomen kunnen wel veranderen, omdat de volwassene na verloop van tijd zijn beperkingen toch beter leert kennen en ermee om leert gaan. Daarnaast speelt ook mee dat de maatschappij aan volwassenen andere eisen stelt.

Welke gedragsuitingen komen voor bij ADHD?
De belangrijkste gedragsuitingen die voorkomen bij ADHD zijn aandachtstekort, hyperactiviteit en impulsiviteit. Deze 3 belangrijkste uitingen hebben ieder hun eigen uitwerkingen.

A Aandachtstekort: 6 of meer van de volgende symptomen van aandachtstekort zijn gedurende ten minste 6 maanden aanwezig geweest in een mate die onaangepast is en niet past bij het ontwikkelingsniveau:
1. Slaagt er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan details of maakt achteloos fouten in schoolwerk, werk of bij andere activiteiten.
2. Heeft vaak moeite de aandacht bij taken of spel te houden.
3. Lijkt vaak niet te luisteren als hij/zij direct aangesproken wordt.
4. Volgt vaak aanwijzingen niet op en slaagt er vaak niet in schoolwerk, karweitjes af te maken of verplichtingen op het werk na te komen (niet het gevolg van oppositioneel gedrag of van het onvermogen om aanwijzingen te begrijpen).
5. Heeft vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten.
6. Vermijdt vaak, heeft een afkeer van of is onwillig zich bezig te houden met taken die een langdurige aandacht (langdurige geestelijke inspanning) vereisen (zoals school- of huiswerk).
7. Raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden (bijvoorbeeld speelgoed, huiswerk, potloden, boeken of gereedschap).
8. Wordt vaak gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels.
9. Is vaak vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden.

Hyperactiviteit: 6 of meer van de volgende symptomen van hyperactiviteit-impulsiviteit zijn gedurende ten minste 6 maanden aanwezig geweest in een mate die onaangepast is en niet past bij het ontwikkelingsniveau.
Hyperactiviteit:
1. Beweegt vaak onrustig met handen of voeten, of draait in zijn/haar stoel.
2. Staat vaak op in de klas of in andere situaties waar verwacht wordt dat men op zijn plaats blijft zitten.
3. Rent vaak rond of klimt overal op in situaties waarin dit ongepast is.
4. Kan moeilijk rustig spelen of zich bezighouden met ontspannende activiteiten.
5. Is vaak “in de weer” of “draaft maar door”.
6. Praat vaak aan een stuk door.

Impulsiviteit:
1. Gooit het antwoord er vaak al uit voordat de vragen afgemaakt zijn.
2. Heeft vaak moeite op zijn/haar beurt te wachten.
3. Verstoort vaak bezigheden van anderen of dringt zich op (bijvoorbeeld mengt zich zomaar in gesprekken of spelletjes).

Enkele symptomen van hyperactiviteit-impulsiviteit of onoplettendheid die beperkingen veroorzaken waren voor het zevende jaar aanwezig.
C Enkele beperkingen uit de groep symptomen zijn aanwezig op 2 of meer terreinen (bijvoorbeeld op school (of werk) en thuis).
D Er moeten duidelijke aanwijzingen van significante beperkingen zijn in het sociale, school- of beroepsmatig functioneren.
E De symptomen komen niet uitsluitend voor in het beloop van een pervasieve ontwikkelingsstoornis, schizofrenie of een andere psychotische stoornis en zijn niet eerder toe te schrijven aan een andere psychische stoornis (bijvoorbeeld stemmingsstoornis, angststoornis, dissociatieve stoornis of een persoonlijkheidsstoornis).

Informatie afkomstig uit dossier ADHD voor de minor Oude Kinderen met bijzondere behoeften op het gebied van gedrag.

Was dit artikel nuttig? ‘Like’ het onderaan!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s